**1..** De aanwijzing van de plaats van het graf geschiedt met inachtneming van
het bepaalde in artikel 10 door de beheerder.
**2..** Tot de begraving of bijzetting wordt niet overgegaan dan nadat:
de beheerder, indien deze heeft geconstateerd dat aan de in de
artikels 14 en 15 opgenomen vereisten is voldaan, hiervoor
opdracht aan het personeel van de begraafplaats heeft
verleend;
alleen bij begraving van een stoffelijk overschot, het personeel
van de begraafplaats de identiteit van het stoffelijk overschot
heeft vastgesteld door vergelijking van het op de kist of een
ander lijkomhulsel vermelde registratienummer met dat op een
bijgevoegd document dat tevens de namen, overlijdens- en
geboortedatum van de overledene dan wel de geslachtsnaam van de
levenloosgeborene bevat.
**3..** Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het
daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen,
mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats op
aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder. De nabestaanden kunnen
deze werkzaamheden op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder
geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe
uiterlijk om 12.00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of
schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag en
zondag gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als
werkdag.
Artikel 16
Artikel 16
Onderdeel van Verordening voor het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen