**1..** Indien de belanghebbende blijk heeft gegeven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als bedoeld in artikel 1 sub j. wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de periode dat de belanghebbende vanaf de dag bedoeld in artikel 44 lid 1 van de wet, indien hij zich niet verwijtbaar had gedragen, zelf over middelen had kunnen beschikken om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien.
**2..** Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in het eerste lid vastgesteld volgens onderstaande matrix, tenzij de gedraging betrekking heeft op onverantwoorde besteding/ intering van vermogen:
Bij een periode van 1 tot 6 maanden
100 % gedurende 1 maand
Bij een periode van 6 maanden of langer
100 % gedurende 3 maanden
**3..** Indien de gedraging als omschreven in het eerste lid uitsluitend verband houdt met de verlening van bijzondere bijstand, dan wordt met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, de bijzondere bijstand verlaagd tot het bedrag dat maximaal verleend zou zijn indien belanghebbende zich niet verwijtbaar had gedragen.
**4..** Indien de belanghebbende blijk heeft gegeven van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan als gevolg van het onverantwoord besteden van vermogen, dan wordt de bijstand verlaagd met 30% gedurende de periode dat de belanghebbende, indien hij het vermogen niet onverantwoord had besteed, zelf in zijn levensonderhoud had kunnen voorzien, doch niet langer dan twee jaar.
**5..** Van het onverantwoord interen van vermogen is sprake indien van het vermogen, sedert de datum waarop belanghebbende hierover redelijkerwijs kon beschikken tot de datum waarop het vermogen lager is dan het voor belanghebbende toepasselijke bedrag als bedoeld in artikel 54 van de wet, maandelijks gemiddeld een bedrag is besteed dat hoger is dan 1½ maal de toepasselijke bijstandsnorm vermeerderd met de maandelijks ten laste van belanghebbende komende kosten in verband met een particuliere ziektekostenverzekering en verminderd met het in deze periode maandelijks ontvangen gemiddelde inkomen als bedoeld in artikel 32 en 33 van de wet.
**6..** Voor de toepassing van het vijfde lid worden de door belanghebbende gemaakte uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan als bedoeld in artikel 35 van de wet op het vermogen in mindering gebracht. Voor zover deze kosten betrekking hebben op noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen wordt voor de toepassing van het vijfde lid uitgegaan van de hiervoor geldende normbedragen op grond van het beleid bijzondere bijstand, vermenigvuldigd met 1½.
Hoofdstuk 4
Artikel 15
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmings- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2007