Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 16

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmings- en handhavingsverordening Wet werk en bijstand 2007

1.. Indien een belanghebbende zich ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de wet, tegenover het college of zijn ambtenaren en medewerkers, en onder omstandigheden die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van de wet, wordt een maatregel opgelegd. 2.. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, wordt de hoogte en duur van de maatregel die hoort bij een verwijtbare gedraging als omschreven in het eerste lid vastgesteld volgens onderstaande matrix Ernstige misdraging Eerste ernstige misdraging 50 % van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Tweede ernstige misdraging binnen 1 jaar na de vorige misdraging 100 % van de bijstandsnorm gedurende 1 maand Derde ernstige misdraging binnen 1 jaar na de vorige misdraging 100 % van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden Excessieve (zeer ernstige) misdraging 100% van de bijstandsnorm gedurende 2 maanden 3.. Van een 2e of volgende verwijtbare gedraging als bedoeld in het eerste lid is sprake indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of naast hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, derde lid. 4.. Indien het college bij het besluit tot het opleggen van een maatregel wegens een misdraging als bedoeld in het eerste lid de verplichting aan de bijstand verbindt tot het volgen van een cursus of training gericht op het voorkomen van herhaling van de geconstateerde misdraging, dan wordt het percentage van de maatregel gehalveerd. 5.. Indien de belanghebbende de verplichting bedoeld in het vierde lid niet of niet volledig nakomt, besluit het college, met inachtneming van artikel 2 tweede lid, alsnog tot het opleggen van dat deel van de maatregel dat ingevolge het vorige lid niet is opgelegd. 6.. In afwijking van artikel 7 lid 1 wordt, voor zover dit administratief uitvoerbaar is, een maatregel als bedoeld in het eerste lid opgelegd met ingang van de dag volgend op de dag waarop de misdraging heeft plaatsgevonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel