(Bijlage II Bor, artikel 4, eerste lid)
De vergunningvrije bouwmogelijkheden in hetachtererfgebied bieden voldoende mogelijkheden voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken. Voor de bouw van een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebiedzal bij woningen en woongebouwen geen toepassing worden gegeven aan de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. Wanneer het bestemmingsplan onbedoeldvergunningvrij bouwen in het achtererfgebied uitsluit, bijvoorbeeld als de bestemming niet overeenkomt met het al sinds jaar en dag aanwezige legale gebruik, dan kan gebruik worden gemaakt van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid. In dat geval mogen de maximale maten die van toepassing zijn op vergunningvrij bouwen niet worden overschreden.
In het voorerfgebied zijn bijbehorende bouwwerken niet toegestaan bij vergunningvrij bouwen. Toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid is toegestaan voor erkers tot een diepte van maximaal 1,50 meter, een breedte van maximaal 2/3 van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel (tot een maximum breedte van 3,50 meter) en een hoogte van maximaal 0,30 meter boven de eerste verdiepingsvloer. De afstand van de erker tot het openbaar gebied moet minimaal 2,00 meter bedragen.
Voor een aangebouwd bijbehorend bouwwerk bij woningen en woongebouwen, anders dan een erker, is toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid toegestaan als deze ondergeschikt is aan het hoofdgebouw en wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
De zijgevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ligt minimaal 1,5 meter uit de zijdelingse perceelsgrens. In het geval dat het perceel grenst aan een waterpartij of -gang ligt de zijgevel 1,5 meter uit de rand van het water.
De voorgevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ligt minimaal 1 meter achter de voorgevelrooilijn van het oorspronkelijke hoofdgebouw.
De achtergevel van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk ligt niet achter de achtergevellijn van het oorspronkelijke hoofdgebouw.
De voorgevelbreedte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk is maximaal 60% van de breedte van de oorspronkelijke voorgevel van het hoofdgebouw en is in ieder geval niet breder dan 4 meter.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met alleen een platte afdekking bedraagt maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en is in ieder geval niet hoger dan de goothoogte van het hoofdgebouw.
De goothoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met een kap bedraagt maximaal 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw en is in ieder geval niet hoger dan de goothoogte van het hoofdgebouw.
De bouwhoogte van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk met een kap bedraagt maximaal 70% van de bouwhoogte van het hoofdgebouw.
De dakvorm, nokrichting, dakhelling van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk moeten gelijk zijn aan die van het hoofdgebouw. Een dakkapel of -opbouw is niet toegestaan.
Bij toepassing van deze bevoegdheid wordt alleen gekeken naar de afwijking. De voorwaarden die op grond van het bestemmingsplan al geregeld worden en niet strijdig zijn, worden buiten beschouwing gelaten (bestemmingsplan is leidend).
Als het gaat om gebouwenvoor maatschappelijke doeleinden en winkels dan wordt toepassing gegeven aan de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid als het project is voorzien van een ruimtelijke motivering. Op basis daarvan moet zijn aangetoond dat het initiatief stedenbouwkundig aanvaardbaar is.
In de bestaande beschermde stads- en dorpsgezichten, waar de vergunningvrije activiteiten beperkt zijn, is het mogelijk om de bouwhoogte te laten aansluiten op de bestaande bebouwing. De toepassing hiervan dient te zijn voorzien van een ruimtelijke motivering.
Het gaat bij deze categorie van bijbehorende bouwwerken die al dan niet functioneel verbonden zijn met het hoofdgebouw, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Het begrip bijbehorend bouwwerk moet vrij ruim worden uitgelegd. Zo kan een parkeergarage bij een gemeentehuis in de kern, ook als ‘kruimelgeval’ worden aangemerkt en bijvoorbeeld een uitbreiding van een supermarkt ook, ongeacht de hoogte.
Op grond van Bijlage II, Hoofdstuk II, artikel 2 van het Besluit omgevingsrecht kan op grotere percelen (> 300 m²) zonder vergunning een bijbehorend bouwwerk tot een maximale oppervlakte van 150 m² gerealiseerd worden. Met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° Wabo kan het college alleen binnen de bebouwde kom een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken dan 150 m² toestaan. Artikel 2 van Bijlage II biedt echter al voldoende ruimte om in het achtererfgebied zonder vergunning bijbehorende bouwwerken binnen de bebouwde kom te realiseren. Dat geldt niet alleen voor woningen, maar bijvoorbeeld ook voor supermarkten.
Bij gebouwen voor maatschappelijke doeleinden kan bijvoorbeeld worden gedacht aan scholen en bibliotheken.
In beschermde stads- en dorpsgezichten is er vaak sprake van gedifferentieerde bebouwing. Bouwmassa, nok- en goothoogtes zijn vaak voor de regulering in bestemmingsplannen tot stand gekomen. In deze gebieden is het daarom mogelijk maatwerk te leveren en toch de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen.
Aangebouwde bijbehorende bouwwerken aan de zijgevel moeten ondergeschikt blijven aan het hoofdgebouw. Er kunnen voorwaarden worden gesteld aan de diepte (lengte) en breedte van aangebouwde bijbehorende bouwwerken, of aan het verlenen van medewerking kan worden afgezien als er in de gemeentelijke groenstrook waaraanhet te bebouwen deel van het perceel grenst één of meerdere bomen of bosschages staan die, naar het oordeel van de gemeente, bijdragen aan het karakter van het straatbeeld. Het advies van de welstandscommissie is mede bepalend voor het verlenen van medewerking.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.1
Bijbehorende bouwwerken
Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015, gemeente Krimpenerwaard