(Bijlage II Bor, artikel 4, tweede lid)
Er moet worden gestreefd naar een integratie van nutsvoorzieningen in de bestaande bebouwing dan wel opname in nieuwe bebouwing. Wanneer door initiatiefnemer beargumenteerd wordt aangegeven dat dit niet tot de mogelijkheden behoort, dan kan vrijstaande bebouwing onder voorwaarden, tot de maximale hoogte van 5 meter en de maximale oppervlakte van 50 m², worden toegestaan.
Het gaat hierbij onder andere om bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer. In bepaalde gevallen kunnen deze bouwwerken zonder omgevingsvergunning worden gerealiseerd (Bijlage II, artikel 2, lid 18). Als de bouwwerken ten behoeve van een infrastructurele voorziening hoger zijn dan 3 meter en een grotere oppervlakte hebben dan 15 m² dan moet er een omgevingsvergunning worden aangevraagd. Wanneer de activiteit strijdig is met het bestemmingsplan dan kan het college op grond van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid alsnog medewerking verlenen mits het bouwwerk niet hoger is dan 5 meter en de oppervlakte van het bouwwerk niet groter is dan 50 m².
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.2
Gebouw ten behoeve van infrastructurele voorziening
Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015, gemeente Krimpenerwaard