Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.3

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde, of een gedeelte daarvan

Onderdeel van Beleidsregels buitenplanse afwijkingsbevoegdheid 2015, gemeente Krimpenerwaard

(Bijlage II Bor, artikel 4, derde lid) Bij erf- of perceelafscheidingen (hekwerken) wordt medewerking verleend aan een grotere hoogte dan 2 meter als dit uit veiligheidsoverwegingen noodzakelijk is, en de welstandscommissie een positief advies uitbrengt. Erfafscheidingen grenzend aan het openbaar gebied, voor zover gelegen 1 meter achter de voorgevellijn, zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 2 meter als deze van het openbaar gebied wordt afgescheiden met een groenstrook met een breedte van ten minste 1,00 meter. Wanneer de erfafscheiding direct aan het openbaar gebied grenst, dan is een erfafscheiding tot 2 meter toegestaan als deze vanaf 1 meter hoogte een transparante uitstraling heeft (een transparant hekwerk met begroeiing). De welstandscommissie moet een positief advies uitbrengen. Vlaggenmasten mogen na toepassing van de buitenplanse afwijkingsbevoegdheid worden gerealiseerd tot een hoogte van maximaal 8 meter, met een maximum van 4 per woning of bedrijfslocatie; Constructies/aluminium frames met reclame-uitingen worden toegestaan op bedrijfs- en kantoorbestemmingen, alsmede op gronden met maatschappelijke doeleinden (culturele, educatieve, sociale, medische, levensbeschouwelijke en/of maatschappelijke doeleinden) waarbij de hoogte maximaal 4 meter bedraagt en de lengte maximaal 6 meter bedraagt en er een positief welstandsadvies wordt uitgebracht. De buitenplanse afwijkingsbevoegdheid kan worden toegepast voor bouwwerken geen gebouwen zijnde tot een oppervlakte van maximaal 50 m² en een hoogte van maximaal 10 meter. In veel gevallen kunnen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zonder vergunning worden gerealiseerd. Dit geldt onder meer voor erfafscheidingen tot 1 meter hoog, erfafscheidingen tot 2 meter hoog achter de voorgevelrooilijn en vlaggenmasten tot 6 meter hoog. Deze maten zijn vrij standaardmaten die ook in de meeste bestemmingsplannen als maximaal toelaatbaar worden geacht. In sommige situaties is het bijvoorbeeld vanuit veiligheidsoogpunt noodzakelijk dat er een hogere perceelafscheiding dan 2 meter wordt gerealiseerd. Denk bijvoorbeeld aan de beveiliging van terreinen van defensie of waterleidingmaatschappijen. In die gevallen moet de perceelafscheiding goed worden ingepast in de omgeving of het landschap, een en ander ter beoordeling van de welstandscommissie en de daarvoor aan te wijzen landschapsdeskundige. Vanuit privacyoverwegingen is soms een hogere erfafscheiding gewenst. Een dergelijke erfafscheiding, grenzend aan openbaar gebied, is ruimtelijk inpasbaar als deze een groene of transparante uitstraling heeft. Bijvoorbeeld in de vorm van een groene haag, een open gaashekwerk begroeid met Hedera (Klimop) of een laag opgemetselde muur met gaashekwerk of transparant gegalvaniseerd spijlenhekwerk. De plaatsing van standaard ‘bouwmarktschuttingen’ voor de voorgevelrooilijn is vanuit ruimtelijk oogpunt veelal ongewenst. Bij zijtuinen die grenzen aan het openbaar gebied –zij- en achterfgebied- zijn hoge erfafscheidingen toegestaan als deze grenzen aan een openbare groenstrook.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel