De applicatiebeheerder BRP voorziet in:

a) de communicatie bij storingen in hard- en software;

b) een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden;

c) de toekenning van de autorisatieniveaus voor actualiseringen aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de applicatiebeheerder BRP en de informatiebeheerder op grond van een besluit van de informatiebeheerder;

d) de bijhouding van een dossier van de autorisaties, die overeenkomstig artikel 7 door de informatiebeheerder zijn toegekend;

e) het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur;

f) de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem;

g) de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan;

h) een oplossing, eventueel door inschakeling van de beheerder centrale ICT infrastructuur of een derde, voor de onder 7 genoemde problemen en klachten;

i) de voorlichting aan de alle in artikel 2 genoemde functionarissen met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem;

j) de coördinatie van de werkzaamheden in geval van uitwijk in overleg met de beheerder centrale ICT infrastructuur;

k) de vormgeving en inhoud van documenten, die rechtstreeks aan de basisregistratie personen worden ontleend;

l) de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens;

m) een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zonodig door inschakeling van een derde.