• - Tot de duurzaamheidsmaatregelen worden gerekend:

A. Isolatie

  • - Vloer- gevel- en dakisolatie met een Rd-waarde die groter is dan of gelijk aan 3,5 m2K/W;
  • - Spouwmuurisolatie met een Rd-waarde die groter is dan of gelijk aan 1,1 m2K/W;
  • - Isolerende beglazing met Ug-waarde die kleiner is dan of gelijk is aan 1,2 W/m2K (HR++ glas) of 0,8 W/m2K (triple-glas);
  • - Isolerende buitendeur met een U-waarde die kleiner is dan of gelijk is aan 2,0 W/m2K;
  • - Isolerende kozijnen met een Ug-waarde die kleiner of gelijk is aan 2,4 W/m2K (aluminium) in combinatie met maatregel A3 of A4. Een houten of kunststof kozijn voldoet altijd.

B. Warmteterugwinning

  • - Systeem voor balansventilatie met warmteterugwinning met een rendement van tenminste 90%;
  • - Systeem voor warmteterugwinning uit afvoerwater met een rendement van tenminste 45%.

C. Duurzame energieopwekking en -opslag

  • - Fotovoltaïsch PV-systeem (zonnepanelen) en de daarbij behorende spanningsomvormer(s) in combinatie met tenminste één andere duurzaamheidsmaatregel genoemd onder artikel 5.1 van deze verordening.

D. Energie-efficiënt

  • - Een warmtepomp (bodemwater of lucht/water) voor ruimte- en/of tapwaterverwarming met een warmtepompkeurmerk (zie leveringsoverzicht op Externe link:www.stichtingwarmtepompen.nl). Een aircosysteem of luchtluchtwarmtepomp komt niet in aanmerking;
  • - Zonneboiler voor tapwaterverwarming;
  • - Lage temperatuurafgiftesysteem (LTV-systeem) met een aanvoertemperatuur van maximaal 55 °C.

E. Ventilatie

  • - Systeem voor CO2-gestuurde ventilatie;
  • - Het college kan de in het eerste lid vermelde lijst van duurzaamheidsmaatregelen uitbreiden en/of inkorten.