Bij de besluitvorming omtrent subsidieverstrekking op grond van de hoofdstukken 2, 3, 7 en 8, nemen burgemeester en wethouders in het kader van de zorgvuldigheid uitdrukkelijk bij hun afwegingen mee
hoe groot de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid is, die bereikt zal worden via de betreffende subsidie-aanvrager.