medewerker: ambtenaar als bedoeld in artikel 1:1, lid 1, onderdeel a, van
de CAR;
dagvenster: tijden waarbinnen de medewerker zijn werkzaamheden verricht
als be-doeld in artikel 4:2 van de CAR.
bedrijfstijd: de tijd waarbinnen de medewerker zijn werkzaamheden kan
verrichten op het gemeentehuis;
openingstijd: de tijd binnen de bedrijfstijd waarin de burger/klant
diensten af kan nemen bij het gemeentehuis;
formele arbeidsduur: de volgens de aanstelling vastgestelde omvang van
het aantal uren die de medewerker in een bepaalde periode arbeid moet
verrichten;
feitelijke arbeidsduur: het aantal uren dat de medewerker arbeid heeft
verricht;
plusuren: de tijd die langer is gewerkt dan de formele arbeidsduur;
minuren: de tijd die korter is gewerkt dan de formele arbeidsduur;
collectieve sluitingsdag gemeentehuis: één werkdag die valt tussen een
weekend en een feestdag, op deze dag is het gemeentehuis gesloten.
vakantieverlof: een volgens deze regeling toegekend aantal uren per jaar
die de medewerker in kan zetten om niet te werken.