Naar hoofdinhoud
Dit reglement verstaat onder: medewerker: een persoon, aangesteld op basis van de CAR, evenals een persoon met wie de werkgever een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft afgesloten. beoordelaar: de leidinggevende van de te beoordelen medewerker of degene, die door of namens het bevoegd gezag als zodanig is aangewezen (zie Mandaatbesluit). leidinggevende: de functionaris die direct verantwoordelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden en die bevoegd is opdrachten en aanwijzingen te geven aan de medewerker. beoordeling: periodieke vastlegging van het oordeel van de leidinggevende over de wijze waarop de medewerker zijn functie of vooraf vastgelegde taken in de beoordelingsperiode heeft vervuld alsmede diens gedragingen tijdens de uitoefening van de functie. beoordelingsformulier: het gemeentebrede beoordelingsformulier waarop de beoordeling wordt vastgesteld. beoordelingsgesprek: mondelinge toelichting en argumentatie door de beoordelaar aan de betreffende medewerker over de opgemaakte beoordeling op een van tevoren met elkaar overeengekomen tijdstip en datum. informant: een persoon die op verzoek van de beoordelaar en/of de medewerker aan de beoordelaar benodigde informatie verstrekt over het functioneren en/of gedragingen van de medewerker. resultaatgesprek: resultaatgesprekken worden gevoerd in een jaarlijkse gesprekscyclus van drie gesprekken. De gesprekken gaan over resultaten, kerncompetenties, persoonlijke ontwikkeling en overige onderwerpen die in het belang zijn van de medewerker en de organisatie. bevoegd gezag: de volgens het Mandaatbesluit daartoe aangewezen persoon namens het college. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij de bekrachtigde beoordeling is betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel