Naar hoofdinhoud
1.. Een subsidie wordt niet verleend, indien: met de werkzaamheden het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend; de kosten van de werkzaamheden niet geacht kunnen worden in een redelijke verhouding te staan tot het te verkrijgen resultaat; de subsidie wordt aangevraagd voor werkzaamheden aan onderdelen van een pand waarvoor in een periode van 15 jaar voorafgaande aan de aanvraag reeds een subsidie van overheidswege werd verleend, behoudens bijzondere projecten; het werk waarvoor een subsidie wordt aangevraagd, reeds is uitgevoerd of indien een begin is gemaakt met de werkzaamheden zonder schriftelijke toestemming van het college. 2.. Indien de Gemeenteraad een besluit heeft genomen tot onteigening van een pand dan wel beëindiging van het erfpachtrecht, wordt een subsidie voor het betrokken pand geweigerd, tenzij de aanvraag is ingediend door een gemeentelijke dienst of bedrijf, of een instelling als bedoeld in art. 6, tweede lid van deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel