**1..** Het college kan aan de in het tweede lid genoemde monumenteigenaren een subsidie verlenen, die bestaat uit een percentage van de subsidiabele restauratiekosten.
**2..** Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt, in geval van restauratie en noodherstel, voor:
toegelaten instellingen: 15% met een maximum van € 200.000,- per beschermd woningbouwblok;
restaurerende instellingen: 30% met een maximum van € 250.000,-;
eigenaren van beschermde kerken: 30% met een maximum van € 250.000,-;
eigenaren van beschermde scholen en woonhuizen: 15% met een maximum van € 120.000,-;
geregistreerde verenigingen of stichtingen die eigenaar zijn van beschermde panden die van oorsprong bedoeld zijn voor de uitoefening van sport, culturele activiteiten, kunstbeoefening, kunstuiting en die als zodanig gebruikt worden: 15% met een maximum van € 50.000,-;
eigenaren van beschermde panden, die van oorsprong bedoeld zijn voor de uitoefening van de nijverheid, zoals traditionele ambachten, landbouw en veeteelt, werkplaatsen en scheepsbouw: 15% met een maximum van € 30.000,-.
**3..** Het in het eerste lid bedoelde percentage bedraagt in geval van bijzondere projecten 80%, met een maximum subsidiebedrag van € 25.000,-.
**4..** Het college kan op verzoek van de aanvrager een voorschot op de subsidie verstrekken. Het voorschot bedraagt maximaal 80% van de verleende subsidie.
Artikel 7 Kleine subsidie
**1..** Indien de subsidiabele restauratiekosten zoals bedoeld in artikel 6 van deze verordening ten hoogste €5.000,- bedragen kan het college de subsidie direct vaststellen. Daarbij gaat het om de kosten voor de volgende onderzoeken of objecten:
bij leegstaande beschermde monumenten: haalbaarheidsonderzoek tot een maximum van € 2.500,-;
voor herstel van kleine objecten in de openbare ruimte tot een maximum van € 5.000,-;
voor herstel van de structuur van beschermde groenvoorzieningen en beschermde parken tot een maximum van € 5.000,-.
**2..** Een subsidie van 50% voor de volgende onderzoeken kan verleend worden voor zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten en uitsluitend op basis van goedkeuring door bureau Monumenten & Archeologie:
voor bouwhistorisch of architectuurhistorisch onderzoek van beschermde monumenten tot een maximum van € 2.500,-;
onderzoek van belang voor de instandhouding en kleuronderzoek van beschermde monumenten tot een maximum van € 2.500,-;
dendrochronologisch onderzoek met een maximum van € 1.500,-.
**3..** Een kleine subsidie van minder dan € 750,- wordt niet uitgekeerd.
Hoofdstuk
Artikel 6
Doelgroepen voor subsidieverlening en subsidiepercentages
Onderdeel van Bijzondere subsidieverordening monumentale gebouwen, complexen en gebieden