**1..** Een melding van een
ondersteuningsbehoefte kan schriftelijk, elektronisch, mondeling of
telefonisch worden gedaan.
**2..** Het college bevordert optimale
toegankelijkheid voor alle ingezetenen die een melding willen doen
van een ondersteuningsbehoefte.
**3..** De medewerker die de melding ontvangt
registreert en bevestigt de ontvangst van de melding en informeert
de cliënt over de gang van zaken na de melding, diens rechten en
plichten en de vervolgprocedure. De medewerker wijst de melder erop
dat hij een persoonlijk plan kan inbrengen in het onderzoek.
**4..** De medewerker wijst degenen die zich met
een ondersteuningsvraag melden erop dat zij zich bij het onderzoek
desgewenst kunnen laten bijstaan door een cliëntondersteuner.
**5..** De medewerker zal naar aanleiding van de
melding onderzoeken waar de behoefte aan ondersteuning van de cliënt
en diens mantelzorger uit bestaat.
**6..** Als een onderzoek als bedoeld in artikel
2.3.2 van de wet nodig is, verschaft de cliënt of zijn
vertegenwoordiger alle gegevens en bescheiden die voor het onderzoek
nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
krijgen.
**7..** Indien de cliënt en de
ondersteuningsvraag genoegzaam bekend zijn, kan de medewerker in
afwijking van het bepaalde in artikel 2.3.2 van de wet, in overleg
met de cliënt afzien van een onderzoek.
**8..** Bij het onderzoek wordt de cliënt
geïnformeerd over de keuze tussen een maatwerkvoorziening in natura
en in de vorm van een persoonsgebonden budget en de gevolgen
daarvan.
**9..** Het college kan de mogelijkheid
instellen van een herbeoordeling van de melding als bedoeld in het
vijfde lid door een andere medewerker voor de gevallen dat de cliënt
en de medewerker niet tot overeenstemming komen over een
ondersteuningsplan.
**10..** Het college kan nadere regels stellen
omtrent de toegangsbeoordeling als bedoeld in dit hoofdstuk.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Melding en onderzoek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015