De behandelend medewerker bespreekt met de cliënt na de melding zo
spoedig mogelijk, met inachtneming van diens persoonlijk plan indien
aanwezig, de volgende onderwerpen in samenhang met elkaar:
**a..** de behoeften, persoonskenmerken en de
voorkeuren van de cliënt;
**b..** de mogelijkheden om op eigen kracht of
met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te
verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of
opvang;
**c..** de mogelijkheden om met mantelzorg of
hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk of met behulp van
vrijwillige inzet te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid
of zijn participatie of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd
wonen of opvang;
**d..** de behoefte aan maatregelen ter
ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
**e..** de mogelijkheden om met gebruikmaking
van een algemene voorziening of door het verrichten van
maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van
zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, onderscheidenlijk de
mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te
voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
**f..** de mogelijkheden om door middel van
samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in
de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke
gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen,
te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het
oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn
participatie of aan beschermd wonen of opvang;
**g..** informatie over bijdragen in de kosten
die de cliënt verschuldigd zal zijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.2
Inhoud onderzoek
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Amsterdam 2015