Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 2.4

Beëindiging

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam

1.. Het college kan de voorziening beëindigen dan wel intrekken: als een persoon die deelneemt aan een voorziening, zijn verplichtingen als bedoeld in artikel 9 van de wet, artikel 37 van de IOAW of artikel 37 van de IOAZ, dan wel artikel 1.6 niet of niet voldoende nakomt en hem dit te verwijten valt; als een werkgever het bepaalde in of krachtens artikel 1.7 niet of niet voldoende nakomt; als een persoon die deelneemt aan een voorziening, niet meer tot de doelgroep bedoeld in artikel 1.2 behoort; indien het college een andere voorziening aanbiedt; als een persoon die deelneemt aan een voorziening, neveninkomsten heeft die naar oordeel van het college betekenen dat hij in staat is zonder voorziening een plaats te vinden of te behouden op de arbeidsmarkt; als de persoon verhuist naar een andere gemeente. 2.. Als een persoon die werkzaam is bij een werkgever verhuist naar een andere gemeente, zet het college zich ervoor in dat de voorzieningen die aan of ten behoeve van de werkgever worden verleend, op zorgvuldige wijze worden overgenomen door de andere gemeente dan wel worden beëindigd. 3.. Als een persoon die verhuist naar een andere gemeente naar vermogen meewerkt aan een voorziening en zich inzet voor het verkrijgen of behouden van werk, zet het college zich ervoor in dat voorzieningen en aanspraken van de belanghebbende krachtens deze verordening op zorgvuldige wijze worden afgewikkeld. 4.. Beëindiging van de voorziening kan tevens inhouden: het opzeggen van de dienstbetrekking, bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, of het beëindigen van de subsidie, bedoeld in artikel 6.1, derde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel