Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3a

Artikel 3a.1

Loonkostensubsidie Participatiewet

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Amsterdam

1. . Het college verstrekt overeenkomstig artikel 10d van de wet, ambtshalve of op aanvraag loonkostensubsidie Participatiewet aan de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan, dan wel korter dan zes maanden tevoren een dienstbetrekking is aangegaan met een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. 2. . Op de loonkostensubsidie Participatiewet is de Algemene subsidieverordening Amsterdam 2023 niet van toepassing. 3. . De ontvangst van een aanvraag om loonkostensubsidie Participatiewet wordt door het college schriftelijk bevestigd. 4. . Een aanvraag voor loonkostensubsidie wordt, als het een persoon betreft die nog niet behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, indien nodig en mogelijk ook beschouwd als een aanvraag om vast te stellen dat de persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, bedoeld in artikel 10c, eerste lid, onder a, van de wet. 5. . Het college stelt binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag de loonwaarde vast, tenzij in overleg met de werkgever forfaitaire loonkostensubsidie wordt verleend, als bedoeld in artikel 10d, vijfde lid, van de wet. 6. . Na de verlening van loonkostensubsidie Participatiewet betaalt het college deze zo veel mogelijk maandelijks uit. De betaling is te beschouwen als vaststelling van de subsidie tot en met de periode waarop de betaling betrekking heeft. 7. . Het college neemt bij het verstrekken van de loonkostensubsidie de werkwijze in acht in het kader van het preferente werkproces loonkostensubsidie, als bedoeld in de bekendmaking van het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet 2021 van 23 februari 2021 (Staatsblad 2021, nummer 113).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel