** 1. .** De uitkeringsgerechtigde die parttime werkt, bouwt zolang hij of zij recht houdt op uitkering, maar uiterlijk tot en met 31 december 2025, een aanspraak op premie deeltijdwerk op.
** 2. .** De aanspraak op deeltijdpremie bedraagt per maand 30% van de inkomsten uit arbeid die de uitkeringsgerechtigde in de periode voorafgaand aan het betaalmoment (zie lid 5) heeft verdiend. Bedragen van een inkomstenvrijlating (zie lid 3) die met betrekking tot deze inkomsten zijn toegepast, worden op de opgebouwde aanspraak in mindering gebracht.
**3. .** De aanspraak, bedoeld in het vorige lid, is ten hoogste gelijk aan 1/12 van de op 1 januari van het betreffende kalenderjaar geldende maximale premievrijlating, als bedoeld in artikel 31, lid 2, onder j, van de wet, naar boven afgerond op een euro.
** 4. .** Bij personen die toestemming hebben om gebruik te maken van de Regeling bescheidenschaal, recht hebben op aanvullende bijstand op grond van de wet, de IOAW of de IOAZ , en inkomsten uit zelfstandige activiteiten hebben, wordt het recht op bijstand achteraf op jaarbasis vastgesteld. De premie wordt jaarlijks (na vaststelling) achteraf uitbetaald.
**5. .** Het college betaalt de premie in twee uitbetalingsmomenten uit, te weten in juni en november van elk jaar; voor personen met een uitkering op grond van de IOAW of de IOAZ geldt één betalingsmoment, te weten het eerstvolgende uitbetalingsmoment in juni of november. Het bepaalde in artikel 2.1, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
** 6. .** Voor gehuwden geldt dat het bepaalde in het tweede en derde lid voor hen tezamen geldt. Indien de premie samen hoger is dan het maandelijkse maximale bedrag, wordt het meerdere bij degene met de hoogste premie in mindering gebracht. De uitbetaling van de premie vindt plaats aan degene met het hoogste inkomen.
** 7. .** Indien een opgebouwde premieaanspraak in een of meer voorafgaande jaren geheel of gedeeltelijk niet tot uitbetaling is gekomen, wordt deze in het lopende jaar uitbetaald tot het bedrag van de wettelijke maximale vrijlating en met inachtneming van het vijfde en zesde lid.
** 8. .** Een eerder opgebouwde aanspraak op bijverdienpremie bedraagt met ingang van 1 januari 2024 maximaal € 3.151. Uitbetaling vindt plaats met inachtneming van het vorige lid.
** 9. .** [vervallen]
Hoofdstuk
Artikel 2.6 -
Premie deeltijdwerk
Onderdeel van Nadere regels bij de Re-integratieverordening Participatiewet