Artikel 17 van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet
tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de
belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwanginvordering is
gericht in verzet komen.
Verzet is mogelijk zodra de betekening van het dwangbevel heeft
plaatsgevonden. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het
dwangbevel, voor zover dit door het verzet wordt bestreden. Ook kan
verzet worden gedaan tegen een vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet.
Er kan geen verzet worden ingesteld tegen de in rekening gebrachte
kosten van de aanmaning en de betekeningskosten van het
dwangbevel.
In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over:
de schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging
dwangbevel;
verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste
adressering.
17.1. Schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
Als sprake is van een beslag onder een derde, en de derde heeft een
buitengerechtelijke verklaring afgelegd die de ontvanger onjuist of
onvolledig acht, dan deelt de ontvanger de schorsing van de executie
schriftelijk aan de derde mee onder vermelding van de grond waarop deze
schorsing berust.
De ontvanger vermeldt daarbij tevens onder verwijzing naar artikel 476
Rv, dat door deze mededeling de schorsing ook tegen de derde
werkt. Ook wordt in de mededeling vermeld dat de verklaring wordt betwist en
dat tot dagvaarding zal worden overgegaan, nadat de schorsende werking van
het verzet is opgeheven.
17.2. Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste
adressering
Als het aanslagbiljet, de aanmaning of het afschrift van het per post
betekende dwangbevel aan een onjuist adres is verzonden en daarom de
belastingschuldige niet heeft bereikt, is verzet mogelijk.
Artikel 17
Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen