In aansluiting op artikel 16 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over lopende derdenbeslagen, gelegd onder de Belastingdienst.
16.1 Lopende derdenbeslagen
Als vóór 1 januari van enig jaar door de ontvanger onder de Belastingdienst
derdenbeslag op een voorlopige teruggaaf in de inkomstenbelasting met
betrekking tot het voorgaande jaar is gelegd, geldt het volgende: Dit beslag
wordt geacht mede te omvatten een in termijnen uit te betalen bedrag op
grond van een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting als bedoeld in
artikel
9, zesde lid, van de wet over een volgend jaar, voorzover de
uit te betalen termijnen van de voorlopige aanslagen op elkaar aansluiten en
de schuld waarvoor het beslag is gelegd niet geheel is voldaan.
Mutatis mutandis geldt hetzelfde voor een beslag dat is gelegd op een in een
of meer termijnen uit te betalen bedrag op grond van een voorschot, als
bedoeld in artikel 22, zevende lid, van de Awir.