Artikel 24 van de wet regelt de verrekening door de ontvanger van in te vorderen en uit
te betalen bedragen. Bij de verrekening mag de ontvanger geen gebruik
maken van de algemene verrekeningsbepalingen van het Burgerlijk Wetboek.
Tijdens faillissement, surséance en wettelijke schuldsanering geldt artikel 24 van de wet niet; dan zijn de artikelen 53 tot en met 56, 234, 235 en 307 van de FW van toepassing.
In aansluiting op artikel 24 van de wet beschrijft dit artikel het
beleid over:
wanneer verrekening;
betwiste schuld en verrekening;
reikwijdte van de verrekening;
bekendmaking verrekening;
instemmingsregeling bij cessie en verpanding.
24.1. Wanneer verrekening
De verrekening vindt niet van rechtswege plaats. De ontvanger bepaalt of al
dan niet tot verrekening wordt overgegaan.
Als de belastingschuldige de ontvanger verzoekt een bepaalde
belastingteruggaaf of een ander uit te betalen bedrag met een bepaalde
openstaande aanslag of andere vordering te verrekenen, dan willigt de
ontvanger dit verzoek altijd in.
Dit geldt ook als het verzoek wordt gedaan nog voordat de teruggaaf is
geformaliseerd of het uit te betalen bedrag is vastgesteld. In dat geval
schort de ontvanger de invordering echter niet zonder meer op. Zo nodig kan
de belastingschuldige om uitstel van betaling in verband met de te
verwachten teruggaaf respectievelijk het te verwachten uit te betalen bedrag
verzoeken (zie artikel 25.3 van deze leidraad).
24.1.1. Verrekening voorlopige teruggaaf inkomstenbelasting en beslagvrije
voet
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
24.2. Betwiste schuld en verrekening
In het algemeen gaat de ontvanger niet tot verrekening over met een te
betalen bedrag dat de belastingschuldige betwist en waarvoor de ontvanger
uitstel van betaling heeft verleend op grond van artikel 25.2 van deze
leidraad.
De ontvanger kan wel verrekenen als de financiële situatie van de
belastingschuldige zodanig is dat vrees voor onverhaalbaarheid bestaat.
24.3. Reikwijdte van de verrekening
Ondanks het feit dat de wet daartoe wel de mogelijkheid biedt, worden uit te
betalen bedragen niet automatisch verrekend met aanslagen die (nog) niet
invorderbaar zijn. Dit laat onverlet dat de ontvanger bevoegd is om in
gevallen zoals omschreven in artikel 19,
tweede lid, van de wet binnen de betalingstermijn te
verrekenen.
Bij een belastingaanslag waarvan een betalingstermijn van een
termijnbetaling is verstreken, kan de ontvanger alleen verrekenen voor zover
de termijn is verstreken.
Hierop maakt de ontvanger een uitzondering als er sprake is van een situatie
als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen b, c of d, van de
wet. Dan is verrekening mogelijk met alle termijnen van de
voorlopige aanslag vanaf het moment dat zich één van de genoemde situaties
voordoet.
Verrekening met andere bedragen waarvan de invordering aan de ontvanger is
opgedragen, kan plaatsvinden vanaf het moment waarop de invordering aan de
ontvanger is opgedragen.
24.4. Bekendmaking verrekening
Verrekening van een uit te betalen bedrag door de ontvanger gebeurt bij
beschikking. De beschikking wordt aan de belastingschuldige bekendgemaakt
door toezending of uitreiking van een kennisgeving.
24.5. Verrekening en fiscale eenheid vennootschapsbelasting
Deze bepaling is niet van toepassing voor gemeenten.
24.6. Instemmingsregeling bij cessie en verpanding
24.6.1. Geen verrekening bij instemming cessie of verpanding
In artikel
24, vierde lid, van de wet is een instemmingsregeling opgenomen
die verrekening uitsluit als de ontvanger instemt met cessie (artikel 3:94
BW) of stille verpanding (artikel 3:239
BW) van een uit te betalen bedrag.
Als de ontvanger niet heeft ingestemd, kan hij tot verrekening met
openstaande schulden overgaan ook al is de cessie of verpanding aan hem
meegedeeld. De ontvanger verrekent het uit te betalen bedrag met de
belastingschulden die openstaan op het moment van formalisering van het uit
te betalen bedrag.
Bij openbare verpanding van een uit te betalen bedrag geldt geen
instemmingsregeling.
24.6.2. Mogelijkheid van cessie of verpanding uit te betalen bedragen
Cessie of stille verpanding van een uit te betalen bedrag is mogelijk mits
dit bedrag voldoende bepaald is omschreven.
Stille verpanding is mogelijk vanaf het moment dat de aanspraak op teruggaaf
van het saldo van positieve en negatieve elementen van de belastingaanslag
of de teruggaafbeschikking materieel vaststaat. Dit is op zijn vroegst het
geval na het einde van het jaar of tijdvak waarop de teruggaaf betrekking
heeft.
24.6.3. Instemming of weigering met een cessie of verpanding
De weigering van een instemming met de cessie of verpanding heeft betrekking
op de gehele cessie of verpanding. De instemming wordt niet gedeeltelijk
verleend. Wel bestaat de mogelijkheid om een uit te betalen bedrag in
gedeelten te cederen of te verpanden. De ontvanger moet dan bij iedere
cessie of verpanding afzonderlijk beoordelen of hij daarmee instemt.
Instemming met een cessie of verpanding wordt alleen geweigerd als de
ontvanger gegronde redenen heeft om aan te nemen dat instemmen met de cessie
of verpanding zal kunnen leiden tot oninbaarheid dan wel onverhaalbaarheid
van een ten tijde van de mededeling invorderbare belastingaanslag (of
anderszins voor verrekening vatbare schuld) waarmee het uit te betalen
bedrag zonder cessie of verpanding had kunnen worden verrekend. De weigering
voorkomt aldus dat de invordering van deze aanslag wordt gefrustreerd. Deze
situatie zal zich onder meer voordoen bij een belastingschuldige die bekend
staat als een notoir slechte betaler.
Met nadruk wordt vermeld dat bij de beoordeling of met een cessie of
verpanding moet worden ingestemd geen rekening wordt gehouden met materieel
ontstane belastingschulden die nog niet zijn geformaliseerd in een
belastingaanslag. De ontvanger is verplicht met een cessie of verpanding in
te stemmen als op het tijdstip van de mededeling van de cessie of verpanding
ten name van de belastingschuldige geen voor verrekening vatbare (en dus
geformaliseerde) schuld invorderbaar is.
De ontvanger maakt zijn beschikking aan de belastingschuldige en aan de
derde - in dit geval de pandhouder of cessionaris - bekend door middel van
een gedagtekende kennisgeving, waarbij de belastingschuldige op de
mogelijkheid wordt gewezen bij het college beroep in te stellen.
24.6.4. Beroepsprocedure weigeren instemming cessie of verpanding en Awb
Onverminderd het bepaalde in artikel 24 van
de wet geldt met betrekking tot een beroepschrift waaruit niet
direct duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, dat de ontvanger de
indiener verzoekt het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te
motiveren. De ontvanger wijst de indiener op een mogelijke
niet-ontvankelijkverklaring bij het niet voldoen aan deze
motiveringsplicht.
24.6.5. Bekendmaking beschikking college bij cessie of verpanding
De beschikking van het college op het beroepschrift wordt bekend gemaakt
door toezending of uitreiking van de beschikking aan zowel de
belastingschuldige als de derde, in dit geval de pandhouder of
cessionaris.
24.6.6 Houding ontvanger bij procedure tegen weigeren instemming met cessie of verpanding
De belastingschuldige kan zich tot de voorzieningenrechter wenden met het
verzoek de ontvanger te verbieden de instemming te weigeren. Totdat de
voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan, gaat de ontvanger niet tot
verrekening over.
Als de rechter het verzoek afwijst, dan verrekent de ontvanger niet eerder
dan nadat veertien dagen zijn verstreken na de dag van de uitspraak, tenzij
tegen deze uitspraak hoger beroep is ingesteld.
Als de rechter het verzoek ook in hoger beroep afwijst, verrekent de
ontvanger niet eerder dan nadat de uitspraak in hoger beroep onherroepelijk
vaststaat.