Het weerstandsvermogen heeft sinds de invoering van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) een nadrukkelijke rol gekregen in de planning en controlcyclus van gemeenten. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie van de gemeentelijke organisatie is. Voor het beoordelen van de ‘weerstand’ is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit. Het gaat hierbij alleen om risico's waarvoor geen of wellicht onvoldoende verzekeringen zijn afgesloten, voorzieningen zijn gevormd of budgetten binnen de exploitatiebegroting beschikbaar zijn.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing hangen dus nauw met elkaar samen. Om daadwerkelijk te kunnen sturen op een gezond weerstandsvermogen, dient eerst bepaald te worden hoe het risicoprofiel van de gemeente eruit ziet. Vervolgens is van belang dat vastgesteld wordt wat tot de weerstandscapaciteit gerekend wordt en hoe het weerstandsvermogen berekend wordt. Hiermee samenhangend zal een keuze gemaakt moeten worden welk niveau van het weerstandsvermogen wordt nagestreefd. In deze nota wordt het beleid ten aanzien van weerstandsvermogen en risicobeheersing daarom integraal uiteengezet.
In het eerste deel van deze nota staat het beleid met betrekking tot risicobeheersing centraal. Dit is het beleid dat gevoerd wordt om risico’s inzichtelijk te maken en te managen. Naast begripsbepaling zullen met dit beleid kaders worden gesteld ten aanzien van de reikwijdte en toepassing van risicomanagement binnen de gemeente Groesbeek, de wijze van omgang met en rapportage over risico’s, en de hierbij behorende taken, rollen en verantwoordelijkheden.
In het tweede deel van deze nota staat het beleid met betrekking tot het weerstandsvermogen centraal. Hierbij draait het enerzijds om kaders die inzicht verschaffen in de omvang en de opbouw van de beschikbare weerstandscapaciteit en anderzijds om het vaststellen van het gewenste niveau van het weerstandsvermogen.