Om de gemeentelijke risico’s in kaart te brengen wordt periodiek een organisatiebrede risico-inventarisatie uitgevoerd. De focus ligt hierbij op het identificeren van de belangrijkste financiële risico’s van de organisatie. Dit zijn risico’s die – wanneer zij zich daadwerkelijk manifesteren – belangrijke financiële implicaties voor de gemeente met zich meebrengen. Hierbij wordt de volgende onderverdeling gehanteerd:

Aansprakelijkheidsrisico’s: Aantasting van de vermogenspositie van de organisatie door claims van derden als gevolg van wettelijke- of contractuele aansprakelijkheid (materiële schade, letselschade enz.).

Risico’s op eigendommen: Beschadiging of verlies van gebouwen, bedrijfsinventaris, transportmiddelen, goederen enz.

Risico’s van de bedrijfsvoering: Schade door aantasting van de arbeidscapaciteit en kwaliteit van arbeid; Aantasting van de productiecapaciteit vanwege gehele of gedeeltelijke bedrijfsstilstand en de daaruit voortvloeiende planningsproblemen; Schade door onvoldoende of niet juiste informatie, waardoor geen of niet juiste besluiten worden genomen.

Financiële risico’s: Open-einde regelingen; Schadeclaims; Verbonden partijen; Grote projecten/grondexploitaties; Overige financiële risico’s

Naast bovengenoemde financiële risico’s zijn er ook risico’s die weliswaar van belang zijn, maar die niet een directe financiële consequentie voor de gemeente hebben. Dit zijn niet-financiële risico’s. Te denken valt bijvoorbeeld aan milieu-, veiligheids- en imagorisico’s. Deze risico’s maken onderdeel uit van het risicoprofiel van de organisatie. Het college en de raad worden waar nodig over deze risico’s geïnformeerd. Omdat het veelal niet mogelijk is deze risico’s in financiële zin af te dekken via het weerstandsvermogen van de gemeente, worden deze risico’s echter niet opgenomen in het risicoregister van de gemeente (zie paragraaf 3.6).

Om het mogelijk te maken om daadwerkelijk te sturen op de beheersing van de belangrijkste financiële risico’s voor de organisatie is het noodzakelijk om verdere focus aan te brengen bij de identificatie van risico’s. Hiertoe worden de volgende kaders toegepast:

Alleen risico’s met een materieel belang worden in de identificatie betrokken. Materieel belang wordt hier gedefinieerd als risico’s met een negatief financieel gevolg van tenminste € 25.000,-. Kleinere risico’s worden buiten beschouwing gelaten.

De identificatie focust zich primair op het identificeren van zogenaamde ‘stuurbare risico’s’. Dit zijn risico’s die als gevolg van risicobeheersmaatregelen beheerst kunnen worden, dan wel risico’s die in financiële zin afgedekt kunnen worden binnen de gemeente Groesbeek.

Per afdeling worden de belangrijkste risico’s geïdentificeerd. Op de beheersing van deze risico’s wordt - waar mogelijk - actief gestuurd.