Het college is uiteindelijk eindverantwoordelijk voor de bedrijfsvoering, het gevoerde beleid van de gemeente en voor de daarmee samenhangende risico’s. Daarnaast dient het college ervoor te zorgen dat de doelstellingen van risicomanagement worden bereikt.
Het college beslist welke maatregelen genomen dienen te worden om het weerstandsvermogen op het gewenste niveau te houden. Het College geeft aan op welke wijze de risicobuffer wordt gevuld en welke maatregelen wenselijk zijn om de beschikbare weerstandscapaciteit te kunnen stabiliseren dan wel te verhogen. Dit kunnen enerzijds maatregelen zijn die de risico’s reduceren met relatief weinig financiële middelen en anderzijds bezuinigingsmaatregelen.
Het college dient bij beleidsmatige beslissingen na te gaan wat de belangrijkste risico’s hiervan zijn en de raad hier waar nodig over te informeren. Hierover worden geen expliciete spelregels afgesproken.
Via de begroting en de jaarrekening legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid. Jaarlijks wordt de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting opgesteld op basis van de systematiek beschreven in deze nota.