De op het individu toegesneden voorzieningen op grond van de Wmo 2015 bestaan uit voorzieningen die gericht zijn op:
het bevorderen of in stand houden van de zelfredzaamheid of de mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en zo lang mogelijk in eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen, of
het leveren van een passende bijdrage aan het voorzien in de behoefte aan beschermd wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie waarin de ondersteuningsvrager in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Op de volgende bladzijden wordt een niet limitatieve opsomming gegeven van de op het individu toegesneden voorzieningen en het resultaat dat met het verstrekken van de voorziening wordt beoogd. Deze voorbeelden van voorzieningen komen pas in beeld als andere oplossingen onvoldoende kunnen bijdragen aan het bevorderen of in stand houden van de zelfredzaamheid of de mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Zie de algemene uitgangspunten hierboven. Niet de voorziening maar het te bereiken resultaat staat centraal.
Beleidsregel 2.1-1: De volgende op het individu toegesneden voorzieningen kunnen bij wijze van voorbeeld worden verstrekt:
Voorziening
Doel
Beoogd resultaat
Ondersteuning zelfstandig leven 1,2 en 3
(oude Awbz-functies begeleiding individueel en persoonlijke verzorging)
Bevorderen of in stand houden van de zelfredzaamheid door ondersteuning te bieden bij praktische vaardigheden (zoals boodschappen doen en koken, omgaan met geld, zichzelf te verzorgen), sociale vaardigheden en aanbrengen dagstructuur.
Ondersteuningsvrager is onder andere in staat op kortere dan wel langere termijn om:
-gezond te leven (voeding en beweging)
-zichzelf te verzorgen
-de financiële situatie gezond te houden
-op een passende manier voor zichzelf op te komen
-zinvol invulling te geven aan de dag
Ondersteuning maatschappelijke deelname
1, 2 en 3
(oude Awbz-functie begeleiding groep)
Bevorderen of in stand houden van de mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer door ondersteuning te bieden bij zinvolle invulling van de dag en het aangaan van sociale contacten of om mantelzorgers te ontlasten.
Ondersteuningsvrager wordt in staat gesteld om:
-mensen te ontmoeten
-deel te nemen aan activiteiten ter ontspanning (recreatief)
-deel te nemen aan activiteiten die de zelfredzaamheid kunnen vergroten
-deel te nemen aan arbeidsmatige activiteiten
Mantelzorger wordt ontlast waardoor ondersteuningsvrager langer thuis of zelfstandig kan blijven wonen.
Ondersteuning mantelzorg door kortdurend verblijf
(oude Awbz-functie kortdurende verblijf)
Bieden ondersteuning aan mantelzorger door tijdelijk verblijf (inclusief dagbesteding) buitenshuis, van degene die van zorg afhankelijk is, mogelijk te maken.
Mantelzorger wordt ontlast waardoor ondersteuningsvrager langer thuis of zelfstandig kan blijven wonen.
Huishoudelijke ondersteuning
standaard en plus
(oude Wmo voorziening hulp bij het huishouden)
Bevorderen of in stand houden van de zelfredzaamheid en mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer door ondersteuning te bieden bij het uitvoeren van huishoudelijke taken.
Ondersteuningsvrager is in staat om langer zelfstandig te blijven wonen in een huishouden dat op orde is en daardoor ook in staat om deel te nemen aan het maatschappelijk verkeer.
Ondersteuning omvat zo nodig de volgende activiteiten of aandachtsgebieden:
-zwaar huishoudelijk werk
-licht huishoudelijk werk
-het doen van de was
-strijken
-boodschappen te doen
-maaltijden te bereiden
-overname regie over het huishouden.
Voor een toelichting wordt verwezen naar de tekst onder het kopje “huishoudelijke ondersteuning standaard en plus” op de volgende bladzijde.
Ondersteuning zelfstandig wonen
(oude Wmo Woonvoorzieningen)
Bevorderen of in stand houden van de zelfredzaamheid door ondersteuning te bieden bij het veilig thuis kunnen blijven wonen.
of
Bevorderen of in stand houden van de mogelijkheid om sociale contacten te kunnen blijven onderhouden met ouder(s) of kind(eren) door het bezoekbaar maken van een woning.
Ondersteuningsvrager kan langer zelfstandig blijven wonen door het realiseren van aanpassingen in de woning of door te verhuizen naar een andere meer geschikte woning.
Ouders (of kinderen) kunnen kind of ouder met beperkingen thuis ontvangen waardoor degene met beperkingen deze sociale contacten kan blijven onderhouden.
Ondersteuning mobiliteit
(oude Wmo vervoersvoorziening en rolstoelen)
Bevorderen of in stand houden zelfredzaamheid en mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer door ondersteuning te bieden bij vervoer of verplaatsingen.
Ondersteuningsvrager wordt in staat gesteld om:
-sociale contacten aan te gaan en te onderhouden
-zo zelfstandig mogelijk voort te bewegen
Drie niveaus ondersteuning zelfstandig leven en maatschappelijke deelname
Ondersteuning zelfstandig leven en ondersteuning maatschappelijke deelname kennen elk drie niveaus, weergegeven met de cijfers 1, 2 en 3. Het cijfer 1 betekent licht, 2 is middel en 3 is zwaar.
Bij niveau 1 is er geen sprake van een noodzaak tot het overnemen van taken. De ondersteuningsvrager kan zelf om hulp vragen. De ondersteuning is gericht op stimuleren en toezicht waardoor de ondersteuningsvrager in staat is om zijn of haar sociale leven zelfstandig vorm te geven.
Bij niveau 2 is de ondersteuning meer een helpen bij. Ondersteuning wordt geboden bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van beslissingen, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine (gebrek aan dag- en nachtritme). De communicatie gaat niet altijd vanzelf omdat niet altijd begrepen wordt wat anderen zeggen of omdat de ondersteuningsvrager moeite heeft zich uit te drukken. Het niet inzetten van ondersteuning kan leiden tot verwaarlozing of een opname.
Bij niveau 3 is de ondersteuning meer gericht op het overnemen van taken door een professional. Het uitvoeren van eenvoudige taken en communiceren gaan moeizaam. De ondersteuningsvrager kan niet zelfstandig problemen oplossen of besluiten nemen. Voor de dagstructuur en het voeren van de regie is de ondersteuningsvrager afhankelijk van de hulp van anderen.
Huishoudelijke ondersteuning standaard en plus
Het resultaat van de ondersteuning is dat de betrokkene beschikt over een “huishouden op orde”. Dit betekent dat men gebruik moet kunnen maken van een schone woonkamer, dagelijks in gebruik zijnde ruimtes, de keuken, sanitaire ruimtes en gang/trap. De genoemde ruimtes dienen met enige regelmaat schoongemaakt te worden en, indien noodzakelijk, kan de was worden verzorgd. Een schoon huis wil niet zeggen dat alle vertrekken wekelijks schoongemaakt moeten worden. Het betekent dat het huis niet vervuilt en periodiek schoon gemaakt wordt om zo een algemeen aanvaard basisniveau van schoon te realiseren.
De volgende taken kunnen worden aangemerkt als aandachtsgebieden om een “huishouden op orde” te realiseren:
Licht huishoudelijk werk: hieronder verstaan wij o.a. kamers opruimen, stof afnemen op ooghoogte, bedden opmaken, afwassen.
Zwaar huishoudelijk werk: hieronder verstaan wij o.a. stofzuigen, dweilen, schoonmaken van sanitair en keuken, bedden verschonen, hoog en laag stof afnemen
Het doen van de (strijk)was (alleen als een voorliggende voorziening ontoereikend is)
Boodschappen (alleen als een voorliggende voorziening ontoereikend is)
Maaltijdbereiding (alleen als een voorliggende voorziening ontoereikend is)
Overname van de regie over het huishouden
Huishoudelijke ondersteuning kent twee varianten. Het standaardpakket huishoudelijke ondersteuning en het pluspakket.
Het standaardpakket omvat de ondersteuning om te komen tot een huishouden dat op orde is. Het pluspakket huishoudelijke ondersteuning kan aanvullend op het onderdeel ‘huishoudelijke ondersteuning’ worden ingezet. Dit pluspakket kan worden ingezet als verzorging van minderjarige kinderen aan de orde is en/of als sprake is van regieproblematiek ten aanzien van het huishouden. Het pluspakket wordt in principe niet verstrekt in combinatie met de voorziening ondersteuning zelfstandig leven.
2.1.2Beschermd wonen en opvang
Bij de hierboven genoemde voorzieningen is het doel het bevorderen of in stand houden van de zelfredzaamheid en/of de mogelijkheid om te kunnen deelnemen aan de maatschappij. Met de invoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 worden gemeenten ook verantwoordelijk voor de voorziening beschermd wonen. Vooralsnog is, via een bestuurlijke afspraak, voor de uitvoering van de voorziening beschermd wonen gekozen voor de centrumgemeente constructie zoals we die al kenden voor de opvang. Dit betekent dat in Twente, Enschede en Almelo verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van beschermd wonen en opvang. Voor de vrouwenopvang (opvang na huiselijk geweld) is voor de regio Twente overigens alleen Enschede aangewezen als centrumgemeente.
Voor beschermd wonen en opvang zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt. De afspraken (over de uitvoering en de inzet van middelen) zijn opgenomen in een convenant en de beleidsmatige uitgangspunten voor wat betreft beschermd wonen zijn opgenomen in het beleidskader beschermd wonen en de gedragscode. Dit beleidskader en de gedragscode maken integraal onderdeel uit van de beleidsregels.
De toeleiding naar en de toegang tot de voorzieningen beschermd wonen en opvang wordt geregeld via de centrale toegang.
Voor beschermd wonen is een afwijkend overgangsrecht van toepassing. De bestaande indicaties gelden nog minimaal gedurende vijf jaar na inwerkingtreding van de Wmo 2015. Hoewel in de wet wordt aangegeven dat beschermd wonen een intramurale voorziening is, zien we in de praktijk dat de verschillende functies die deel uit maken van beschermd wonen (begeleiding individueel, begeleiding groep, persoonlijke verzorging en soms verpleging) vaak extramuraal worden verzilverd. Voor inwoners die voor 1 januari 2015 een indicatie voor beschermd wonen hadden, blijft de huidige indicatie op grond van het overgangsrecht bestaan. Voor inwoners met psychische stoornissen of psychiatrische aandoeningen die voor het eerst een beroep doen op deze maatwerkvoorziening zal worden beoordeeld of een combinatie van andere maatwerkvoorzieningen (ondersteuning zelfstandig leven en ondersteuning maatschappelijke deelname) voldoende compensatie bieden. Als dat het geval is, wordt niet de voorziening beschermd wonen maar een combinatie van verschillende maatwerkvoorzieningen toegekend.
Beleidsregel 2.1-2: De volgende voorzieningen op het gebied van beschermd wonen en opvang kunnen worden verstrekt:
Voorziening
Doel
Beoogde resultaat
Beschermd wonen
(oude Awbz-functie beschermd wonen)
Bieden van onderdak, toezicht en ondersteuning aan personen die vooralsnog niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de maatschappij.
Ondersteuningsvrager is op kortere dan wel langere termijn in staat om al dan niet met ondersteuning:
-zelfstandig te wonen, zonder zichzelf te verwaarlozen, overlast te veroorzaken en gevaar op te leveren voor zichzelf of de omgeving
De beoogde resultaten genoemd bij ondersteuning zelfstandig leven en ondersteuning maatschappelijke deelnamegelden ook voor de voorziening Beschermd wonen.
Opvang
(oude Wmo-functie opvang)
Bieden van tijdelijk onderdak en ondersteuning aan personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de maatschappij.
Ondersteuningsvrager is op kortere termijn in staat om al dan niet met ondersteuning veilig zelfstandig te wonen
De beoogde resultaten genoemd bij ondersteuning zelfstandig leven en ondersteuning maatschappelijke deelname kunnen ook gelden voor de voorziening Beschermd wonen.
De hierboven genoemde voorziening zijn voorbeelden van voorzieningen die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning verstrekt kunnen worden. Hieronder worden voorbeelden van de op het individu toegesneden voorzieningen, die in het kader van de Jeugdwet kunnen worden verstrekt, beschreven.
2.1.3Voorzieningen Jeugdwet
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Op het individu toegesneden voorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo