Een ondersteuningsvrager komt niet in aanmerking voor een op het individu toegesneden voorziening met betrekking tot zelfredzaamheid en participatie als:
de noodzaak tot ondersteuning vermijdbaar was, en
de voorziening voorzienbaar was en maatregelen konden worden getroffen om de hulpvraag overbodig te maken.
Als redelijkerwijze door de ondersteuningsvrager is te voorzien dat het handelen of juist het nalaten leidt tot een beroep op ondersteuning, kan de gevraagde voorziening worden afgewezen.
Onder vermijdbaar wordt in ieder geval verstaan het niet als een goed huisvader omgaan met een in bruikleen gegeven voorziening. De op het individu toegesneden voorzieningen worden, tenzij het diensten betreft en tenzij in de beschikking anders bepaald, in bruikleen verstrekt. Als de in bruikleen verstrekte voorziening niet goed wordt onderhouden (nalaten) en daardoor eerder technisch is afgeschreven dan gebruikelijk is (zie afschrijvingstermijnen in beleidsregel 2.2-5) komt de ondersteuningsvrager in principe niet voor een nieuwe voorziening in aanmerking. Onder voorzienbaar wordt in ieder geval verstaan een verhuizing naar een, gelet op de beperkingen van betrokkene, niet adequate woning (door dit handelen kon betrokkene voorzien aangewezen te raken op een voorziening in het kader van ondersteuning zelfstandig wonen). Ook in deze situatie wordt een voorziening in principe niet verstrekt. Hetzelfde geldt als een ondersteuningsvrager, zonder de gemeente daarvan in kennis te stellen, kiest voor een dure in plaats van een meer voor de hand liggende betaalbare voorziening (bijvoorbeeld een woningaanpassing in plaats van een verhuizing naar een gelijkvloerse woning).
2.3.2Vervanging voorziening
Hoofdstuk 2
Artikel 2.3
Aanvullende criteria
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo