Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Keuzevrijheid

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo

Een op het individu toegesneden voorziening kan worden verstrekt in natura, als financiële tegemoetkoming of als persoonsgebonden budget. Het college regelt in de beleidsregels in welke vorm en onder welke voorwaarden een op het individu toegesneden voorziening wordt verstrekt. Bij een voorziening in natura koopt de gemeente de voorziening in en zorgt dat deze aan de ondersteuningsvrager geleverd wordt. Een verstrekking in de vorm van een financiële tegemoetkoming vindt plaats als sprake is van een forfaitaire tegemoetkoming (bijvoorbeeld in de kosten van een verhuizing of een periodiek vervoerskostenvergoeding). Een financiële tegemoetkoming kan alleen worden toegekend als de ondersteuningsvrager het voorstel steunt. Bij een persoonsgebonden budget kent de gemeente een budget toe aan de ondersteuningsvrager. De ondersteuningsvrager kan daarmee zelf de benodigde ondersteuning inkopen. De Sociale Verzekeringsbank voert voor de gemeente de betaling van de geleverde ondersteuning uit (het zogenaamde trekkingsrecht). Niet alle vormen van ondersteuning kunnen worden ingekocht met een persoonsgebonden budget. Daarnaast worden er voorwaarden gesteld aan de inkoop van de ondersteuning en de bekwaamheid van de ondersteuningsaanvrager. Dit wordt hieronder (zie artikel 3.1 lid 2) nader uitgewerkt. 3.1.1Voorwaarden persoonsgebonden budget Er zijn drie voorwaarden waar ondersteuningsvragers en de voorzieningen aan moeten voldoen, wil aanspraak kunnen worden gemaakt op een persoonsgebonden budget, namelijk: moet op eigen kracht voldoende in staat zijn (of met hulp sociale netwerk of zijn vertegenwoordiger) tot een redelijke waardering van zijn belangen en moet de aan een persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde wijze kunnen uitvoeren; zal moeten motiveren dat de op het individu toegesneden voorziening die wordt geleverd door een aanbieder, door hem niet passend wordt geacht (Jeugdwet) of als persoonsgebonden budget geleverd wenst te krijgen (Wmo 2015); waarborg dat de op het individu toegesneden voorziening en die de ondersteuningsvrager van het budget wil betrekken, van goede kwaliteit (veilig, doeltreffend en cliëntgericht) is. Deze voorwaarden worden hieronder verder uitgewerkt. 3.1.1.1 Bekwaamheid van de ondersteuningsvrager Om ondersteuning te kunnen inkopen met een persoonsgebonden budget moet de ondersteuningsvrager zelfstandig tot een redelijke waardering van zijn belangen in staat zijn. De ondersteuningsvrager zal dan ook moeten kunnen aangeven welke problemen worden ondervonden, hoe deze zijn ontstaan en welke ondersteuning deze denkt nodig te hebben. Ook wordt van de ondersteuningsvrager verwacht dat deze de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze kan uitvoeren. Bij deze taken kan gedacht worden aan het kiezen van geschikte aanbieder, het aangaan van een contract, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een juiste administratie. Bij jeugdigen onder de 16 jaar zijn het de ouders die over de bekwaamheid moeten beschikken om zorg in te kopen. Bij jeugdigen tussen de 16 en 18 jaar kan het echter voorkomen dat de jeugdige zelf het contract aangaat. Hiervoor is de bekwaamheid in relatie tot de zorginkoop aan de orde geweest. Daarnaast moet de ondersteuningsvrager in staat zijn de aan het persoonsgebonden budget verbonden taken op een verantwoorde wijze uit te voeren. Vanaf 1 januari 2015 geldt een trekkingsrecht: het budget wordt niet rechtstreeks aan de ondersteuningsvrager overgemaakt maar aan de Sociale Verzekeringsbank. Het budget kan en mag alleen besteed worden voor de overeengekomen vorm van ondersteuning en wordt betaalbaar gesteld na het overleggen van facturen of declaraties aan de zorgverlener. De ondersteuningsvrager moet inzicht hebben in de gefactureerde of gedeclareerde bedragen en zal hierover verantwoording moeten kunnen afleggen. Daarnaast moet de ondersteuningsvrager in staat zijn om aan te geven of de resultaten die werden beoogd met de inkoop van de ondersteuning ook zijn behaald en of de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende is. Het oordeel van de gemeente is leidend als het gaat om de bekwaamheid. Mocht de gemeente van oordeel zijn dat de ondersteuningsvrager (dan wel met hulp uit zijn sociale netwerk of van zijn vertegenwoordiger) niet bekwaam is dan kan de gemeente het persoonsgebonden budget weigeren. Dat is een beslissing waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Een beperkt aantal vormen van ondersteuning lijken minder geschikt voor inkoop met een persoonsgebonden budget in relatie tot de bekwaamheid van de ondersteuningsvrager en het niet kunnen terugvallen op het sociale netwerk of een vertegenwoordiger. Denk hierbij aan: beschermd wonen; ondersteuning maatschappelijke deelname of ondersteuning zelfstandig leven op grond van een verstandelijke beperking. Daarnaast kunnen de op het individu toegesneden voorzieningen in het gedwongen kader (Jeugdwet) in het geheel niet in de vorm van een persoonsgebonden budget worden toegekend. 3.1.1.2 Motivering door ondersteuningsvrager Op grond van de Wmo 2015 dient door de ondersteuningsvrager gemotiveerd te worden dat deze een op het individu toegesneden voorziening in de vorm van een persoonsgebonden wil ontvangen. De motivering in het kader van de Jeugdwet dient wat dat betreft krachtiger te zijn: door de ondersteuningsvrager moet gemotiveerd worden dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is en dat daarom een persoonsgebonden budget gewenst wordt. Met de argumentatie moet duidelijk worden dat de aanvrager zich voldoende heeft georiënteerd op de voorziening in natura. Wanneer een persoon de onderbouwing in redelijkheid heeft beargumenteerd mag de gemeente de aanvraag niet weigeren. Niet het oordeel van het college is leidend, maar het oordeel van de aanvrager. Als wordt voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de bekwaamheid (zie paragraaf 3.1.1.1) en aan de voorwaarden die zijn gesteld aan de kwaliteit (zie volgende paragraaf) kan de gemeente een persoonsgebonden budget niet weigeren vanwege het onvoldoende motiveren van de wens een persoonsgebonden budget te willen ontvangen. 3.1.1.3 Waarborgenkwaliteit voorziening De kwaliteit van voorziening die met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht, moet gewaarborgd. Hiervoor gelden dezelfde kwaliteitseisen als voor voorzieningen die in natura worden verstrekt. De kwaliteitseisen voor de op het individu gerichte voorzieningen in het kader van de Jeugdwet zijn geregeld in de wet zelf (zie hoofdstuk 4 Jeugdwet). Voor de op het individu gerichte voorzieningen in het kader van de Wmo zijn de kwaliteitseisen te vinden in hoofdstuk 7 van de beleidsregels. Deze kwaliteitseisen komen grotendeels overeen met de kwaliteitseisen genoemd in de Jeugdwet. De kwaliteitseisen die gesteld worden aan de voorzieningen die in natura worden verstrekt, gelden op hoofdlijnen ook voor voorzieningen die worden ingekocht met een persoonsgebonden budget. Zo zal als de voorziening wordt ingekocht met een persoonsgebonden budget in ieder geval veilig, doeltreffend en cliëntgericht moeten zijn. Maar met een persoonsgebonden budget kunnen ook voorzieningen worden ingekocht bij aanbieders die niet voldoen aan alle eisen om voor een contract met de gemeente om zorg in natura te mogen leveren in aanmerking komen. Een persoonsgebonden budget kan zelfs in voorkomende gevallen worden gebruikt om ondersteuning in te kopen bij personen uit het sociale netwerk of niet-professionals. Overigens moet dit dan wel verantwoord zijn. Om te kunnen bepalen of de met een persoonsgebonden budget in te kopen voorziening of ondersteuning kwalitatief verantwoord is, wordt voorafgaand aan de toekenning van het persoonsgebonden budget beoordeeld of het zorgplan garanties biedt op een verantwoorde kwaliteit van de te leveren voorziening of ondersteuning. In het zorgplan komen in ieder geval de volgende aspecten aan de orde: welke activiteiten op welk moment worden ingezet om de afgesproken resultaten met degene die ondersteuning nodig heeft te behalen; de deskundigheid van de zorgverlener. Tevens wordt een verklaring omtrent gedrag verplicht gesteld voor zorgverleners die structureel een zorgverleningsrelatie hebben met inwoners die op ondersteuning zijn aangewezen. Onverantwoord en daarom uitgesloten van inkoop met een persoonsgebonden budget, zijn de volgende voorzieningen: tweedelijns jeugd-ggz; behandeling. Ook als onmiddellijk een voorziening moet worden getroffen (spoedzorg) kan dat niet in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij het beoordelen van de kwaliteit wordt meegewogen of de met het persoonsgebonden budget in te kopen op het individu toegesneden voorzieningen in alle redelijkheid geschikt zijn om de met de ondersteuningsvrager afgesproken resultaten te behalen. Er dient dan ook soepeler te worden omgegaan met de kwaliteitseisen ten aanzien van de voorzieningen die met een persoonsgebonden budget worden ingekocht. Om de kwaliteit te borgen wordt, indien een op het individu toegesneden voorziening met een persoonsgebonden budget wordt ingekocht, in het ondersteuningsplan inzichtelijk gemaakt: bij wie of welke aanbieder de ondersteuning wordt ingekocht, op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en zelfredzaamheid, en hoe de veiligheid, doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning is gewaarborgd. 3.1.2 Weigeren persoonsgebonden budget In de vorige paragrafen zijn al enkele weigeringsgronden aangegeven. Daarnaast wordt een persoonsgebonden budget geweigerd als: blijkt dat de ondersteuningsvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de ondersteuningsvrager niet voldoet aan de aan het toekennen van een persoonsgebonden budget verbonden voorwaarden. Het gedeeltelijk weigeren van een persoonsgebonden budget is aan de orde als de voorziening die wordt ingekocht met een persoonsgebonden budget duurder is dan de kosten van een vergelijkbare voorziening die in natura wordt verstrekt. De weigering betreft dan dat deel van het gevraagde budget dat hoger is dan de voorziening die in natura verstrekt zou worden. 3.2Hoogte persoonsgebonden budget 3.2.1Maximale bedrag persoonsgebonden budget

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel