Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2

Artikel 1.2

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo

Toegangvoorzieningen maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 1Het college regelt in de beleidsregels op welke wijze in samenspraak met de ondersteuningsvrager, eventueel na vragen van advies aan een door het college aangewezen adviesinstantie, wordt vastgesteld of deze voor een op het individu toegesneden voorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, of jeugdhulp in aanmerking komt. In de procedure voor toegang en toeleiding zijn de uitgangspunten van het beleidsplan ‘Samen mee(r) doen, vanuit vijf transities naar één transformatie’ verwerkt. Zo is de procedure gericht op individuele oplossingen bij ondersteuningsvragen. In de procedure worden ondersteuningsvragers optimaal aangesproken op hun eigen verantwoordelijkheid, waarbij als het nodig is ondersteuning wordt ingezet. De procedure van toegang en toeleiding kenmerkt zich door effectief samenwerken en resultaatgerichte oplossingen. Dat vertaalt zich naar ondersteuningsplannen die de oorzaak aanpakken, omdat er maatwerk en het ‘5x-zo’ principe (zo dichtbij, snel, kort, licht en zorgvuldig mogelijk) is toegepast. De procedure voor toegang en toeleiding bestaat uit drie onderdelen, namelijk melding, onderzoek en besluitvorming. De onderzoeksfase van melding tot afronding van het onderzoek mag maximaal zes weken duren. De besluitvormingsfase, alleen als een op het individu toegesneden voorziening moet worden beoordeeld, mag maximaal twee weken duren. Het tweede onderdeel van het proces, het onderzoek bestaat uit een viertal fasen. In het schema hieronder wordt het proces verduidelijkt. In het schema wordt ook de relatie met de onafhankelijke cliëntondersteuning weergegeven. Schematische weergave procedure toeleiding en toegang MeldingOnderzoek Besluit Hieronder worden de drie onderdelen en de fasen tijdens het onderzoek nader toegelicht. 1.2.1.1Melding De melding bestaat uit een eerste contact en vervolgens, indien nodig, een aanmelding. Er is een centraal meldpunt ingericht voor ondersteuningsvragers, het sociale netwerk of dienst- en hulpverleners voor vragen op het gebied wonen, welzijn, zorg, inkomensondersteuning, wonen of jeugdhulp. Daarnaast kan door professionals (onder andere huisartsen, kinderartsen, wijkverpleegkundigen) via een ander telefoonnummer direct contact worden opgenomen met deskundige medewerkers over de verschillende ondersteuningsvormen en voorzieningen in het sociale domein. Tijdens het eerste contact wordt beoordeeld of de vraag direct afdoende en naar tevredenheid van de melder kan worden beantwoord. Als dit niet het geval is en een onderzoek moet plaatsvinden, wordt de melding geregistreerd. De ondersteuningsvrager (als deze zelf het contact heeft gezocht) of degene voor wie ondersteuning wordt gevraagd, krijgt een regisseur toegewezen. Bij de registratie van de melding wordt de ondersteuningsvrager gewezen op de mogelijkheid om gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. De onafhankelijke cliëntondersteuner staat de ondersteuningsvrager met raad en daad bij en helpt mee de vraag te verduidelijken. De cliëntondersteuner maakt geen deel uit van het proces van toeleiding en toegang en heeft geen rol in de besluitvorming. De onafhankelijke cliëntondersteuner is een goed opgeleide vrijwilliger die ervaring heeft met belangenbehartiging en een goede kennis heeft van de verschillende voorzieningen en ondersteuningsmogelijkheden binnen het sociale domein. Als er sprake is van een mantelzorgsituatie, dan wordt deze mantelzorger nadrukkelijk betrokken bij het proces van toegang en toeleiding. Tijdens de melding zal dan ook beoordeeld moeten worden of er sprake is van een vorm van mantelzorg. Indien dat het geval is, zal de ondersteuningsvrager gevraagd worden of de mantelzorger ook bij het gesprek aanwezig kan zijn. Overigens geldt hetzelfde voor een jeugdige die zich meldt met een ondersteuningsvraag: in dat geval zal doorgaans ook gevraagd worden of de ouders of verzorgers bij het gesprek aanwezig kunnen zijn. 1.2.1.2 Onderzoek Het onderzoek heeft als doel de ondersteuningsvraag te verhelderen, maar meer nog het samen met de ondersteuningsvrager verkennen van de mogelijkheden, kansen en wensen waardoor de zelfredzaamheid en het kunnen deelnemen aan de maatschappij kunnen worden vergroot. Voor het verhelderen van de vraag en het zoeken naar een juiste oplossing kan het nodig zijn een advies in te winnen bij een externe adviesinstantie of adviseur (denk bijvoorbeeld aan een keuringsarts, orthopedagoog of gedragswetenschapper). In het proces wordt tevens gekeken naar mogelijkheden waarmee de mantelzorger(s) of de ouder(s) of verzorger(s) langer of beter in staat zijn (mantel)zorg te verlenen. Het onderdeel onderzoek bestaat uit vier fases: Vraagverheldering Oplossingen vastleggen Opvolging Evaluatie Vraagverheldering De regisseur voert één of meerdere (keukentafel)gesprekken met de ondersteuningsvrager (die daarbij kan worden ondersteund door de onafhankelijke cliëntondersteuner) en stelt op basis daarvan een ondersteuningsplan op. Het ondersteuningsplan is tevens een schriftelijke weergave van het vraagverhelderende gesprek. Tijdens het gesprek wordt uitgebreid gekeken naar het functioneren van de ondersteuningsvrager op de verschillende leefgebieden. Uitgangspunt is immers integrale dienstverlening. Steeds wordt beoordeeld of de ondersteuningsvrager zelf (eigen kracht) in staat is de ondersteuning te organiseren of met de hulp van het sociale netwerk. Indien dat niet het geval is, wordt gekeken naar de verschillende voorzieningen, waarbij de op het individu toegesneden voorziening als vangnet dient indien een algemene of algemeen gebruikelijke voorziening of een voorziening op grond van een andere wet niet toereikend is om in de noodzakelijke ondersteuning te voorzien. Oplossingen vastleggen De regisseur en de ondersteuningsvrager formuleren na het verhelderen van de vraag en de mogelijkheden, kansen en wensen de resultaten die bereikt zouden moeten worden met de ondersteuning. De gekozen oplossing moet een bijdrage leveren aan het beoogde resultaat. De oplossing en het beoogde resultaat worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. De oplossingen kunnen bestaan uit oplossingen die op eigen kracht kunnen worden gerealiseerd of met behulp van het sociale netwerk, algemene of algemeen gebruikelijke voorzieningen, andere voorzieningen of op het individu toegesneden voorzieningen of hier een combinatie van. Als er sprake is van een op het individu toegesneden voorziening (behalve een toekenning in het kader van de Jeugdwet, zie hiervoor hoofdstuk 5) zal er door de gemeente een besluit moeten worden genomen (zie volgende bladzijde). Indien het resultaat alleen kan worden bereikt met een op het individu toegesneden voorziening, zal ook aan de orde moeten komen in welke vorm, in natura of een persoonsgebonden budget, deze verstrekt kan worden (zie hiervoor hoofdstuk 3). Opvolging In deze fase van het onderzoek wordt beoordeeld bij welke (zorg)aanbieder het beoogde resultaat het best kan worden bereikt. De ondersteuningsvrager wordt actief begeleid naar deze (zorg)aanbieder; er is dus sprake van een warme overdracht. Het zorgplan (trajectplan, hulpverleningsplan of iets dergelijks) van de aanbieder zal moeten aansluiten bij de resultaten die geformuleerd zijn in het ondersteuningsplan. In het plan van de aanbieder zullen de resultaten verder worden uitgewerkt. Evaluatie De beoogde resultaten die in het ondersteuningsplan zijn geformuleerd, worden periodiek door de regisseur in samenspraak met de ondersteuningsvrager geëvalueerd. Daar waar uit de evaluatie blijkt dat bijstelling van het ondersteuningsplan nodig is, wordt opnieuw een vraagverhelderend gesprek gevoerd en wordt opnieuw gekeken naar oplossingen. Het evaluatieplan maakt onderdeel uit van het ondersteuningsplan. 1.2.1.3 Besluitvorming Indien uit het ondersteuningsplan blijkt dat het beoogde resultaat zou moeten worden bereikt met een op het individu toegesneden voorziening, moet de oplossing getoetst worden aan de Wmo 2015 of de Jeugdwet (waaronder de verordening en de beleidsregels). Na toetsing geeft het college, indien nodig, een beschikking af ten aanzien van de op het individu toegesneden voorziening(en). Voor de inhoud van de beschikking wordt verwezen naar hoofdstuk 5. In hoofdstuk 5 wordt aangegeven aan welke eisen een beschikking moet voldoen en welke inhoudelijke elementen deze bevat. 1.2.1.4Organisatie toeleiding en toegang De zes sociale wijkteams vervullen een belangrijke rol in de toeleiding naar voorzieningen in het kader van de Jeugdwet en de gedecentraliseerde Awbz functies die zijn opgenomen in de Wmo 2015. Het bepalen van de toegang tot de op het individu toegesneden voorzieningen (de besluitvorming) is voorbehouden aan de gemeente. Voor de voorzieningen die op grond van de oude Wmo konden worden verstrekt, blijft het team Inwoners en Zorg verantwoordelijk. Voor de voorzieningen beschermd wonen en opvang wordt de toeleiding (ook voor de gemeenten in de regio Almelo) verzorgd door de Centrale Intake voor Maatschappelijke Opvang en beschermd wonen Twente (CIMOT). Apart geregeld is de toegang tot jeugdhulp via huisarts, medisch specialist (veelal kinderarts) en jeugdarts (zie hiervoor paragraaf 1.2.2). 1.2.1.5 Spoed en crisis Onvermijdelijk zullen er zich situaties voordoen waarbij direct handelen vereist is, bijvoorbeeld in die gevallen waarin de veiligheid van een ingezetene in het geding is. In deze situaties zal direct moeten worden gehandeld. De gangbare, hiervoor beschreven, procedure zal dan opzij moeten worden gezet. Hiervoor is door de organisaties betrokken bij de toeleiding en toegang een spoedprocedure in het leven geroepen waarbij direct, zonder een uitgebreide onderzoek, de noodzakelijke acties kunnen worden ondernomen. In situaties waarin sprake is van (een vermoeden van) kindermishandeling of huiselijk geweld, kan 24 uur per dag gedurende 7 dagen in de week een beroep worden gedaan op Veilig Thuis Twente (voorheen Advies- en Meldpunt Kindermishandeling en Steunpunt Huiselijk Geweld). Veilig Thuis Twente kan adviseren bij vermoedens van mishandeling en huiselijk geweld en registreert de meldingen. Naast de hiervoor genoemde mogelijkheid Veilig Thuis Twente in te schakelen zijn met betrekking tot de zorgstructuur in het convenant afspraken opgenomen over escalatie. In het convenant is de doorzettingsmacht van de gemeente geregeld als een situatie ontspoort of dreigt te ontsporen. Daarnaast worden in het calamiteitenprotocol werkafspraken gemaakt over het omgaan met calamiteiten. 1.2.2 Toegang jeugdhulp via huisarts, jeugdarts en medisch specialisten

Rechtspraak bij dit artikel