2 Het college regelt in de beleidsregels op welke wijze de hoogte van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld en onder welke voorwaarden en tegen welk tarief een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt als de voorziening wordt geleverd door een persoon die behoort tot het sociale netwerk.
Het persoonsgebonden budget moet toereikend zijn om een voorziening in te kopen. Daarnaast is de mogelijkheid open gehouden om de voorziening te laten leveren door een niet-professional of een persoon uit het sociale netwerk. Op basis van deze uitgangspunten is gekozen voor drie tarieven voor het persoonsgebonden budget die afgeleid zijn van tarief dat de gemeente betaalt voor voorzieningen die worden geleverd in natura (zie beleidsregel 3.2-1). De drie tarieven zijn:
tarief gelijk aan het zorg in natura tarief (100% tarief), indien de ondersteuning wordt geleverd door een aanbieder die voldoet aan alle criteria om voor een contract met de gemeente in aanmerking te komen;
tarief met een korting van 15% op het natura tarief (85% tarief), als de ondersteuning wordt geleverd door een professionele aanbieder die niet aan alle criteria voldoet om ondersteuning te mogen leveren in natura;
tarief met een korting van 50% op het hiervoor genoemde tarief van 85%, als de ondersteuning wordt geleverd door een niet-professional uit het sociale netwerk. Het tarief is dan overigens ook nog gebaseerd op de lichtste vorm van ondersteuning als er verschillende niveaus van ondersteuning zijn gedefinieerd.
De tarieven voor de verschillende op het individu toegesneden voorzieningen zijn opgenomen in de bijlage.
Een voorbeeld ter verduidelijking
Een ondersteuningsvrager heeft één uur ondersteuning zelfstandig leven 2 (middelzware vorm) verstrekt gekregen. Als de ondersteuning wordt geleverd door een aanbieder die voldoet aan alle criteria om voor een contract in aanmerking te komen wordt het persoonsgebonden budget vastgesteld op het zorg in natura tarief (2015) van € 40,01 per uur (€ 160,04 per 4 weken ofwel € 173,38 per maand). Wordt de ondersteuning geleverd door een andere professionele aanbieder (die niet voldoet aan de criteria) dan wordt het tarief vastgesteld op 85% van de hiervoor genoemde bedragen, namelijk € 136,03 per 4 weken ofwel € 147,37 per maand.
Als de ondersteuning wordt geleverd door iemand een niet professional uit het sociale netwerk dan wordt voor de berekening uitgegaan van de lichtste vorm van ondersteuning (uurtarief 2015 € 36,34). Het bedrag van het persoonsgebonden budget wordt dan € 36,34 x 85% x 50% =
€ 15,44 per uur (komt overeen met een bedrag van 61,76 per 4 weken ofwel 66,91 per maand).
In tegenstelling tot enkele andere wettelijke regelingen, is voor de verstrekking van een op het individu toegesneden voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget geen verantwoordingsvrije bedrag van toepassing. De besteding van het gehele budget moet op verzoek direct verantwoord kunnen worden.
Tarieven persoonsgebonden budget
Beleidsregel 3.2-1 De hoogte van het persoonsgebonden budget ten opzichte van het zorg in natura tariefis vastgesteld op:
100% als de ondersteuning wordt geleverd door een aanbieder die voldoet aan alle criteria om voor een contract met de gemeente in aanmerking te komen om zorg in natura te mogen leveren;
85% als de ondersteuning wordt geleverd door andere professionele aanbieders dan onder 1 vermeld en waarbij geen sprake is van een persoon uit het sociale netwerk;
50% van de onder 2 vermelde tarief als de voorziening wordt geleverd door een niet-professionele aanbieder of iemand uit het sociale netwerk, waarbij het tarief is gebaseerd op de lichtste vorm van ondersteuning.
Besteding persoonsgebonden budget
Beleidsregel 3.2-2 Het persoonsgebonden budget moet worden besteed aan een op het individu toegesneden voorziening waarmee het resultaat kan worden bereikt zoals vermeld in het ondersteuningsplan. Uit het budget mogen de volgende kosten worden voldaan:
·salaris en werkgeverslasten voor zorgverleners met een arbeidsovereenkomst en wettelijk toegestane vergoeding, zoals reiskostenvergoeding woon-werkverkeer, verlofregelingen, pensioenvoorziening en spaarloon;
Niet uit het persoonsgebonden budget mag worden betaald:
kosten voor bemiddeling;
kosten voor het voeren van een pgb-administratie;
kosten voor ondersteuning bij aanvragen en beheren van het persoonsgebonden budget;
contributie voor lidmaatschap belangenorganisaties, kosten voor volgen van cursussen en informatiemateriaal;
de eigen bijdrage.
3.3 Aanvullende criteria
3.3.1Voorziening is al aangeschaft
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2
Persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Almelo