Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.2

De te onderscheiden subsidievormen

Onderdeel van Subsidiebeleidsregels Welzijn gemeente Aalten 2015-2018.

In de nieuwe Algemene Subsidieverordening gemeente Aalten (ASV) 2015 zijn formeel de volgende subsidievormen opgenomen: A. Budgetsubsidie (structureel) Met professionele organisaties, waarbij het overgrote deel van de exploitatiekosten worden bepaald door loonkosten van professionele beroepskrachten, worden afspraken over budgetsubsidies gemaakt. Budgetsubsidies krijgen een meerjarig perspectief door zoveel mogelijk te werken met budgetsubsidieovereenkomsten. Het college sluit dergelijke overeenkomsten met de subsidiënt. Daarbij dient zij wel rekening te houden met en aan te sluiten op de randvoorwaarden die de gemeenteraad heeft vastgesteld middels de gemeentebegroting, subsidiebeleidsregels en op dat beleidsterrein van toepassing zijnde beleidsnota's. De hieruit voortvloeiende subsidiebudgetten worden bij ongewijzigd beleid in principe jaarlijks geïndexeerd. Uit oogpunt van (gemeentelijk) financieel beheer zou het de voorkeur verdienen de jaarlijkse indexering op de budgetsubsidies toe te passen overeenkomstig het jaarlijks door de gemeenteraad vast te stellen (gewogen) indexpercentage bij de kaderstelling voor de gemeentebegroting van het eerstvolgende boekjaar (op grond van de Financiële verordening). Het voordeel hiervan is dat de budgetsubsidies op deze wijze met hetzelfde percentage groeien als de daarvoor uit te trekken budgetten in de gemeentebegroting. Daarmee kan feitelijk geen overschrijding van de gemeentelijke budgettaire ruimte plaats vinden.Een budgetcontract is echter een overeenkomst tussen twee partijen en daardoor onderhavig aan een onderhandelingstraject. Afspraken over de wijze van indexering van de gemeentelijke financiële vergoeding in relatie tot de overeen te komen prestaties maken daar dan ook onderdeel van uit. Indien de indexering overeenkomstig de begrotingskaderstelling, zoals hiervoor uiteen gezet, uiteindelijk niet haalbaar blijkt, dient nog steeds gestreefd te worden naar een zo eenduidig, maar ook eenvoudig, mogelijke en tijdig beschikbare indexeringsvorm. Een werkbare optie hiervoor kan zijn de zgn. ‘jaarmutatie van het consumentenprijsindexcijfer (CPI) totaal bestedingen’ van de maand september van het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar. De hieruit voortvloeiende budgettaire effecten dienen dan meegenomen te worden in de tussentijdse (financiële) rapportage. Eén van de uitgangspunten van de ASV 2015 is, ter realisatie van zo min mogelijk regeldruk, de (administratieve) aanvraag- en verantwoordingsprocedure in redelijke overeenstemming te houden met de hoogte van het verleende subsidiebedrag. De vorm en omvang van de budgetovereenkomst dient daar dus ook mee overeen te stemmen. Daar alle budgetsubsidies hoger zijn dan € 5.000,00 zal enige vorm van verantwoording door de subsidiënt noodzakelijk blijven. Alleen bij subsidies boven € 100.000,00 is een accountantsverklaring op basis van een controleopdracht verplicht gesteld. B. Organisatiesubsidie (structureel) Algemene uitgangspunten van een organisatiesubsidie zijn: Elke zelfstandig georganiseerde (non-profit) instelling die aantoonbaar in positieve zin bijdraagt aan de zelfredzaamheid en participatie van de Aaltense inwoners en daarmee de leefbaarheid van de Aaltense samenleving positief beïnvloedt, mag voor deze inzet in principe rekenen op een gemeentelijke financiële bijdrage; Deze financiële bijdrage kent de volgende algemene eigenschappen: één aanvraag voor vier jaar; bestedingsvrij (niet afhankelijk van de werkelijke kosten van de activiteiten), verantwoordingsvrij, in omvang beperkt en zo eenvoudig en uniform mogelijk (zgn. basissubsidie). C. Projectsubsidie (incidenteel) Deze nieuwe subsidiebeleidsregels kennen wederom een specifieke projectsubsidieregeling. De projectsubsidie is bedoeld om de mogelijkheid te hebben om naast de reguliere structurele subsidiëring ook flexibel in te kunnen spelen op verzoeken om medefinanciering van maatschappelijk wenselijke incidentele aanvullende activiteiten. Over het algemeen dienen de bijzondere activiteiten waarvoor een incidentele projectsubsidie wordt aangevraagd derhalve een duidelijk aantoonbare meerwaarde te hebben ten opzichte van het met inzet van structurele subsidie reeds mogelijk gemaakte activiteitenpakket. In 2014 heeft de gemeenteraad besloten om het structureel jaarlijkse budget voor de projectsubsidies af te stemmen op de werkelijke aanvragen. Dit betekent dat het structureel jaarlijkse budget voor de projectsubsidies per 2015 in de gemeentelijke meerjarenbegroting € 7.500 lager is vastgesteld ten opzichte van het jaar 2014, namelijk op € 12.900,00. Deze begrotingspost zal als een subsidieplafond worden afgekondigd, waardoor een aanvraag om een projectsubsidie slechts kan worden gehonoreerd zolang er nog budget beschikbaar is. Zowel reeds gesubsidieerde als (nog) niet gesubsidieerde organisaties kunnen hierop een beroep doen. D. Investeringsubsidie (incidenteel) Deze nieuwe subsidiebeleidsregels kennen net als in de voorgaande periode een specifieke investeringsubsidieregeling. In 2008 heeft de gemeenteraad besloten de mogelijkheid van een incidentele investeringsubsidie opnieuw in te voeren. Hiermee maakt de raad het voor een aantal specifiek te benoemen categorieën van subsidiënten mogelijk een eenmalig gemeentelijke subsidie aan te vragen in de kosten van nieuwbouw of verbouw/renovatie van (onderdelen) van eigen clubgebouwen. Het betreft hierbij met name organisaties, die voor de uitoefening van hun hoofdactiviteiten noodgedwongen aangewezen zijn op eigen accommodaties en niet terug kunnen vallen op mede met gemeentelijke subsidie in stand gehouden algemene verenigingsgebouwen c.q. gemeenschapshuizen. Deze laatste categorie vormt uiteraard zelf ook een niet onbelangrijke categorie die voor een investeringsubsidie in aanmerking kan komen. Overeenkomstig het besluit van de raad in 2008 is er voor het toekennen van een investeringsubsidie geen structureel budget in de gemeentelijk meerjarenbegroting opgenomen. Elk individueel verzoek zal derhalve afzonderlijk aan de nieuwe subsidiecriteria worden getoetst en afhankelijk van de financiële ruimte in de algemene reserve door de raad worden beoordeeld. Deze nieuwe subsidiebeleidsregels kennen in hoofdstuk 5 daarom wederom een specifieke investeringsubsidieregeling.

Rechtspraak bij dit artikel