Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Algemeen geldende subsidiecriteria voor alle te onderscheiden beleidsterreinen

Onderdeel van Subsidiebeleidsregels Welzijn gemeente Aalten 2015-2018.

Om ook voor de komende vier jaar voor gemeentelijke subsidie in aanmerking te komen zal vastgesteld moeten kunnen worden dat de subsidiënt: rechtspersoonlijkheid bezit, dan wel naar het oordeel van de gemeente een daarmee vergelijkbare organisatiegraad heeft; activiteiten organiseert die in ieder geval de zelfredzaamheid, leefbaarheid en/of de participatie van de Aaltense burgers binnen één of meer van de in deze beleidsregels opgenomen beleidsterreinen bevordert; activiteiten organiseert die in enige vorm bijdragen aan de door de gemeenteraad geformuleerde (algemene) beleidsdoelstellingen; kan aantonen dat er behoefte bestaat aan de te organiseren activiteiten; bij een eerste aanvraag tot subsidie kan aantonen dat er binnen het beoogde activiteitenpakket sprake is van een meerwaarde ten opzichte van door reeds gesubsidieerde organisaties georganiseerde activiteiten; activiteiten organiseert waaraan geen winstoogmerk zit, dan wel in andere zin van commerciële aard te beschouwen zijn; géén activiteiten organiseert die zuiver van godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke aard zijn; minimaal één jaar actief is; kan aantonen dat er, naar het oordeel van de gemeente, sprake is van een redelijke eigen bijdrage van deelnemers of leden aan de activiteiten van de instelling; kan aantonen een actief ledenbestand te hebben van minimaal 20 personen, dan wel aannemelijk kan maken dat er door minimaal 20 personen wordt deelgenomen aan de beoogde activiteit, tenzij hiervoor in bijzondere situaties van gemeentewege vrijstelling is verleend; de tot haar beschikking staande middelen zorgvuldig beheert, haar (on)roerende zaken voldoende verzekert, het bij haar in dienst zijnde personeel en de voor haar werkzame vrijwilligers, voor zover deze vrijwilligers niet al verzekerd zijn via de collectieve vrijwilligersverzekering van de gemeente, voldoende verzekert tegen de gevolgen van wettelijke aansprakelijkheid; indien het een niet-lokale vereniging betreft op aanvraag alleen een subsidie wordt toegekend indien: zij aan kan tonen dat er sprake is van een activiteitenaanbod dat in geen vergelijkbare vorm binnen de gemeentegrenzen al wordt aangeboden; minimaal 30% van het ledenbestand afkomstig moet zijn uit de gemeente Aalten, waarbij, eensluidend aan punt 10, in principe een minimum geldt van 20 leden, woonachtig in onze gemeente; indien er sprake is van een omni-vereniging, die meerdere zelfstandig georganiseerde onderdelen binnen haar organisatieverband herbergt, kan deze rechtspersoon in aanmerking komen voor een, op deze categorie van toepassing zijnde, basissubsidie voor elk van deze onderdelen indien: dit onderdeel volgens de bestaande subsidiecriteria en –voorschriften zelfstandig ook voor subsidie in aanmerking zou kunnen komen; zij, indien daartoe de mogelijkheid bestaat, voor die onderdelen is aangesloten bij een regionale of landelijke koepelorganisatie; overigens voldoet aan de algemene voorwaarden van de subsidieverordening. Niet subsidiabele kosten Op grond van het gemeentelijke subsidiebeleid wordt geen bijdrage verstrekt in kosten voor feestelijke vieringen van jubilea, (besloten) feesten en partijen, consumpties, geschenken en attenties, leges, gemeentelijke belastingen en heffingen, notariële aktes, geldinzamelings-acties (incl. verzoeken om donaties of sponsoring gericht aan de gemeente), materiële en financiële ondersteuning van derden en barexploitatie. Tussentijdse aanpassing In principe worden de organisatiesubsidies vastgesteld voor de gehele periode van de beleidsregels en tussendoor niet gewijzigd. Zo is er ook geen sprake van indexering. Om echter de stimulerende werking van het specifieke jeugdledensubsidie overeind te houden, wordt hiervoor een uitzondering gemaakt. Een tussentijdse herberekening van het specifieke (jeugd-)ledensubsidie is mogelijk zodra de subsidiënt eigener beweging aantoont dat het (jeugd-)ledenaantal met minimaal 15% is gewijzigd of de gemeente op haar beurt aan kan tonen dat er sprake is van een (jeugd-)ledendaling van minimaal 15%.

Rechtspraak bij dit artikel