Het college kan, zoals gesteld in artikel 4:46 van de wet, de subsidie lager vaststellen indien:

  • - de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, niet of niet geheel hebben plaats gevonden;
  • - de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen;
  • - de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot subsidieverlening zou hebben geleid;
  • - de subsidieverlening anderszins onjuist was en de subsidieontvanger dit wist of behoorde te weten. Daarnaast kan het college de subsidie lager vaststellen:
  • - in het geval en onder de voorwaarden als bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.