**1..** Het college ziet af van een verlaging als:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt;
de gedraging meer dan twaalf maanden voor de constatering
daarvan door het college heeft plaatsgevonden
**2..** Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende
redenen aanwezig acht.
**3..** Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende
redenen wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte
gesteld. De schriftelijke mededeling bevat in ieder geval de
reden(en) waarom een verlaging zou worden toegepast, en de dringende
reden(en) op grond waarvan het college afziet van de verlaging.
**4..** Van een verlaging wegens een gedraging van de eerste categorie,
bedoeld in artikel 7, artikel 8 van deze verordening kan worden
afgezien en kan worden volstaan van het geven van een schriftelijke
waarschuwing terzake van de verwijtbare gedraging, tenzij het niet
nakomen van deze verplichting plaatsvindt binnen een periode van
twee jaren, te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de
belanghebbende een schriftelijke waarschuwing voor die gedraging is
gegeven.
Hoofdstuk
Artikel 4
– Afzien van de verlaging
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2015 Dantumadiel