Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

– Afzien van de verlaging

Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, Ioaw en Ioaz 2015 Dantumadiel

1.. Het college ziet af van een verlaging als: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; de gedraging meer dan twaalf maanden voor de constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden 2.. Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.. Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. De schriftelijke mededeling bevat in ieder geval de reden(en) waarom een verlaging zou worden toegepast, en de dringende reden(en) op grond waarvan het college afziet van de verlaging. 4.. Van een verlaging wegens een gedraging van de eerste categorie, bedoeld in artikel 7, artikel 8 van deze verordening kan worden afgezien en kan worden volstaan van het geven van een schriftelijke waarschuwing terzake van de verwijtbare gedraging, tenzij het niet nakomen van deze verplichting plaatsvindt binnen een periode van twee jaren, te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing voor die gedraging is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel