**1..** Voorzover van toepassing en met inachtneming van het bepaalde in lid 2 en lid 3 wordt aan de hand van de volgende aspecten beoordeeld of er sprake is van een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing:
de bepalingen van het geldende bestemmingsplan
structuurplan of andere beleidsdocumenten die ruimtelijk relevant zijn
rijks-, regionaal- en provinciaal ruimtelijk beleid
de inspraakresultaten
de ruimtelijke effecten op korte, middellange en lange termijn
de wijze waarop het project past in de omgeving
de ruimtelijke kwaliteit van het project
**2..** Onder ruimtelijk relevante beleidsdocumenten, als bedoeld in lid 1, anders dan bestemmingsplannen en structuurplannen, worden in ieder geval verstaan de documenten, als bedoeld in bijlage 2.
**3..** Afhankelijk van de factoren als bedoeld in artikel 2 lid 3, alsmede van het planologische regime, kan aan de afzonderlijke in lid 1 genoemde toetsingsaspecten meer of minder gewicht worden toegekend en kunnen eventueel aanvullende ruimtelijke factoren bij de beoordeling worden betrokken.