De inhoudelijke beoordeling van de aanvraag zal vanzelfsprekend plaatsvinden binnen het wettelijk kader, dat met name wordt gevormd door de artikelen 19 en 19a van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Burgemeester en wethouders weigeren in ieder geval een vrijstelling indien geen sprake is van een deugdelijke ruimtelijke onderbouwing als bedoeld in deze beleidsregels.