Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 31

Aanvraag voorrangsverklaring

Onderdeel van Huisvestingsverordening Den Haag 2015 – 2019

1.. Om in aanmerking te komen voor een voorrangsverklaring als bedoeld in artikel 29, eerste en vierde lid, moet een woningzoekende, woonachtig in één van de onder artikel 1 sub ff genoemde gemeenten, deze aanvragen bij burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de woningzoekende woonachtig is door middel van een daartoe door de gemeente beschikbaar te stellen en door de aanvrager in te vullen formulier. 2.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid dienen woningzoekenden die niet woonachtig zijn in een van de in artikel 1 sub ff genoemde gemeenten de voorrangsverklaring aan te vragen bij burgemeester en wethouders van één van de gemeenten waarin zij een woning zoeken. 3.. De aanvrager van de voorrangsverklaring dient op het aanvraagformulier als bedoeld in het eerste lid gemotiveerd aan te geven tot welke categorie woningzoekenden bedoeld in artikel 29, eerste en vierde lid, hij behoort en daartoe strekkende bewijsstukken, rapportages en andere bescheiden over te leggen. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen de onder het eerste en tweede lid genoemde bevoegdheden mandateren aan de woningcorporatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel