Naar hoofdinhoud
Volledig zakelijke relaties zoals (onder-)huurschap en (onder-)verhuurschap of kostgever- en kostnemersschap blijven voor de kostendelersnorm buiten beschouwing. Bij deze relaties is er immers sprake van deelname aan het economisch verkeer en wordt een commerciële prijs voor het gehuurde en de overeengekomen diensten betaald. De Participatiewet geeft niet aan wat wordt verstaan onder een commerciële prijs. In het eerste lid, onderdeel c is daarom vastgelegd dat het college een bedrag, hoger dan € 225,00 per maand beschouwt als een marktconforme, commerciële huurprijs. Dit bedrag is ongeveer gelijk aan het bedrag dat iedereen tenminste aan huur zou moeten kunnen betalen volgens de Wet op de huurtoeslag. Artikel 33, vierde lid van de Participatiewet geeft aan dat indien de belanghebbende de woning bewoont met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, de daaruit voorvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan als inkomen in aanmerking worden genomen, mits hiermee bij het vaststellen van de bijstandsnorm nog geen rekening is gehouden. Met andere woorden: enkel in situaties waarbij de kostendelersnorm niet van toepassing is. In het tweede lid van artikel 4 is vastgelegd dat de inkomsten uit (onder-)verhuur of kostgeverschap op de uitkering van verhuurder in mindering worden gebracht. Van de huurinkomsten wordt € 50,- per maand vrijgelaten, omdat hier ook kosten tegenover staan, zoals extra energiekosten, hoger watergebruik en dergelijke. Bij drie of meer kostgangers en/of (onder-)huurders wordt de (onder-)verhuur en/of kostgever geacht een bedrijf te exploiteren. Om dan voor bijstand in aanmerking te komen dient een beroep t eworden gedaan op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004. Dit is vastgelegd in het derde lid van artikel 4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel