Een overeenkomst tussen bloedverwanten in de eerste en tweede graad wordt niet als commerciële overeenkomst erkend. Dit volgt uit artikel 22a, vierde lid onderdeel b van de Participatiewet.
In het tweede lid is opgenomen het college niet accepteert dat een al bestaande, niet-zakelijke overeenkomst door het (alsnog) sluiten van een (ver)huurovereenkomst, een zakelijke overeenkomst wordt. Hiermee wordt voorkomen dat belanghebbenden op deze wijze een hogere uitkering verkrijgen, terwijl er feitelijk geen sprake is van commerciële (ver)huur, maar van woningdelen.
Artikel 5