De gemeente kan de vergunning intrekken indien:
- - Niet langer wordt voldaan in de in de standplaatsvergunning gestelde eisen.
- - De vergunninghouder het bij of krachtens deze beleidsregels bepaalde overtreedt.
- - indien door de vergunninghouder gedurende een periode van 3 maanden geen gebruik van de standplaats wordt gemaakt. Als geconstateerd wordt, dat de vergunninghouder niet op de aangegeven tijden aanwezig is, wordt de vergunninghouder door de gemeente vooraf aangeschreven.
- - Als de vergunninghouder geen gebruik meer wenst te maken van zijn vergunning. Vergunninghouder kan dit schriftelijk kenbaar maken aan de gemeente.
- - De vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog.
- - Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid het noodzakelijk wordt geacht de verkoop onmiddellijk te staken.