De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden
voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter:
artikel 2:1, tweede lid (het verlangen van een schriftelijke
machtiging van gemachtigde);
artikel 6:6, wat betreft het aan de indiener stellen van een
termijn;
artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft
tijdens de behandeling door de commissie;
artikel 7:4, tweede lid (ter inzage legging stukken);
artikel 7:6, vierde lid (geheimhouding verhandelde ter
zitting).
Artikel 7
Uitoefening bevoegdheden
Onderdeel van “Verordening commissie bezwaarschriften en klachten 8KTD 2015”