**1..** Het college kan de vergunning of het instemmingsbesluit als bedoeld in artikel 4, eerste lid wijzigen of intrekken, indien:
de netwerkbeheerder niet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de vergunning of het instemmingsbesluit, of de in de vergunning of het instemmingsbesluit opgenomen termijn, met de werkzaamheden als omschreven in de vergunning is begonnen;
de in de vergunning of het instemmingsbesluit benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stilliggen;
de netbeheerder de leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld;
de vergunning of het instemmingsbesluit is verleend op basis van onjuiste of onvolledige gegevens;
de vergunning of het instemmingsbesluit in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven;
de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning of het instemmingsbesluit niet naleeft;
na het verlenen van de vergunning of het instemmingsbesluit naar het oordeel van het college gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning of het instemmingsbesluit onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende vergunning niet kan worden tegemoetgekomen;
dit naar het oordeel van het college redelijkerwijs nodig is vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak.
**2..** Het college gaat niet over tot intrekking of wijziging van de vergunning of het instemmingsbesluit dan nadat het college de houder heeft gehoord.
**3..** Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning of het instemmingsbesluit kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabels en leiding(en) aan te passen of deze te verwijderen.
Artikel 8
Wijziging en intrekking
Onderdeel van Algemene verordening ondergrondse infrastructuur gemeente Kaag en Braassem 2016