De belasting wordt geheven van de gebruiker van een belastingobject
waarnaar direct of indirect water wordt toegevoerd én van waaruit
direct of indirect water wordt afgevoerd;
Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid wordt
als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan
niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht
gebruikt;
ingeval een gedeelte van een eigendom - niet een gedeelte als
bedoeld in artikel 1, onderdeel c, ten 3e – ten gebruike
is afgestaan, degene die dat deel in gebruik heeft afgestaan;
ingeval sprake is van volgtijdig gebruik degene die dat
belastingobject ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 3.
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing 2016