Als binnen redelijke termijn in de nabije omgeving van het bouwproject, dat NIET in de historische binnenstad is gelegen, de fysieke, juridische en stedenbouwkundige mogelijkheid bestaat om daadwerkelijk openbare blijvende parkeervoorzieningen op maaiveld aan te leggen, dan dient primair hiervoor te worden gekozen. Het bouwproject is hiermee direct gebaat en het doet het meest direct recht aan de doelstelling van de bepaling (opvangen van extra parkeerdruk). Onder de direct aansluitende woonomgeving wordt in dit verband verstaan het gebied dat ligt binnen de in paragraaf 3.7 genoemde redelijke loopafstanden van de toegang tot het bouwobject. Dit is dus “functieafhankelijk”.
De daadwerkelijke kosten voor aanleg van die openbare parkeervoorzieningen (inclusief het opstellen van een inrichtingsplan) komen volledig voor rekening van de bouwer. In die zin bestaat er een hiërarchie: Eerst de mogelijkheid van daadwerkelijke aanleg in de nabije omgeving onderzoeken, pas daarna de andere mogelijkheden. Deze mogelijkheid geldt niet voor bouwprojecten in de historische binnenstad, omdat daar nu juist de aanleg van nieuwe parkeerplaatsen op maaiveld niet wordt voorgestaan.
Beleidsregel 2.2 Concrete aanleg in openbare ruimte in directe omgeving
Indien en voor zover niet voldoende op eigen terrein in de toename van de parkeerbehoefte wordt voorzien dient primair de mogelijkheid te worden onderzocht of het stedenbouwkundig en verkeerskundig wenselijk en mogelijk is in de nabije omgeving van het project – dat wil zeggen zo mogelijk binnen de acceptabele loopafstanden als bedoeld onder 3.2.6 - de nodige extra openbaar blijvende parkeergelegenheid aan te leggen.
De kosten van de eventuele aanleg van de betreffende parkeervoorziening worden bij aanvrager in rekening gebracht.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2.1
Concrete aanleg in openbare ruimte in directe omgeving
Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)