Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1

Parkeerverplichting Zone Centrumgebied

Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)

Beleidsregel 3.1 Parkeereis Zone Centrumgebied (binnenstad) a. In afwijking van beleidsregel 1.1 geldt voor nieuwe bouwontwikkelingen in de Zone Centrumgebied– dit is het gebied begrensd door de buurten Singels, Noordenbergsingel, Noordenbergkwartier, Centrum en Bergkwartier zoals aangegeven op de gebiedsindelingskaart van de Nota Parkeernormen 2013 – dat niet in op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort in voldoende mate wordt voorzien maar in bestaande of nieuw te realiseren openbare blijvende parkeervoorzieningen aan de rand van of in de binnenstad. b. Ter voldoening aan de toename van de parkeerbehoefte geldt in het gebied Zone Centrumgebied primair de eis dat een financiële bijdrage ter hoogte van het aantal benodigde parkeerplaatsen wordt gestort in de Reserve Parkeervoorzieningen. Deze reserve wordt (voor zover het niet gaat om bijdragen welke zijn gestort voor plannen in de overige zones) uitsluitend aangewend voor de concrete aanleg van nieuwe dan wel uitbreiding van bestaande openbaar blijvende parkeervoorzieningen in en aan de rand van het centrumgebied, inclusief het beter bereikbaar maken daarvan. Het gaat hierbij om de geplande (uitbreiding van) parkeervoorzieningen in het Sluiskwartier en de Sluisstraathof, De Wilhelminabrug, Muggeplein, Noordenbergpoortgarage, de Centrumgarage en in de verdere toekomst op de Worp. Deze voorzieningen bieden ons inziens als “tegenprestatie”  voldoende grond om een parkeerbijdrage in het centrumgebied te rechtvaardigen, zeker zolang de aanwezige parkeervoorzieningen voldoende zijn om de parkeerbehoefte op te vangen (voorgefinancierde tegenprestatie). c. Beleidsregel 2.6 is eveneens van toepassing op de Zone Centrumgebied. Aan deze eis wordt geacht te zijn voldaan, indien vóór de ingebruikname een bij de Nota Parkeernormen 2013 vastgesteld financiële bijdrage per parkeerplaats is geleverd in de kosten van aanleg van al dan niet reeds gerealiseerde openbaar blijvende parkeervoorzieningen. Weliswaar is er anno 2013 –gegeven het huidige vraag- en aanbodpatroon - nog sprake van voldoende parkeergelegenheid in het centrumgebied en kan ook de toename van de parkeervraag vanuit de voorgenomen bouw van het stadhuiskwartier nog binnen de bestaande capaciteit worden opgevangen, maar gegeven de beleidsambitie van de gemeente Deventer en enige andere voorgenomen ontwikkelingen in het centrumgebied is investeren in parkeervoorzieningen voor de langere termijn noodzakelijk. Daarvoor zullen reserves moeten worden opgebouwd. Het parkeerbeleid van de gemeente Deventer is er voor wat betreft de binnenstad op gericht het maaiveldparkeren terug te dringen (autovrij maken van de historische pleinen) en om de parkeerbehoefte zo veel mogelijk op te vangen in gebouwde parkeervoorzieningen aan de rand van het centrumgebied (zie ook 3.4). Dit houdt uiteraard rechtstreeks verband met het streven in de binnenstad een aantrekkelijk woon- en verblijfsklimaat te creëren. Van iedere (extra) parkeerplaats in de binnenstad gaat een ongewenste verkeersaantrekkende werking uit. Daar komt bij dat het historisch karakter van de binnenstad, van haar gebouwen en van haar al dan niet als waardevol aangemerkte binnenterreinen, zich in de regel zal verzetten tegen het realiseren van parkeergelegenheid op eigen terrein, om dan nog maar niet te spreken over het in stand houden dan wel creëren van allerlei ongewenste verkeersstromen. Gestreefd wordt naar een autoluwe binnenstad en naar een effectief gebruik van schaarse (parkeer-) ruimte. Over de parkeerbijdrage zie paragraaf 3.2.5. en de Nota Parkeernormen.

Rechtspraak bij dit artikel