Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1.1

Afwijken van de Parkeereis in Zone Centrumgebied

Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)

Zoals in paragraaf 4.1 is gemeld, geldt op grond van de beleidsregel Parkeereis Zone Centrumgebied voor nieuwe bouwontwikkelingen in het centrumgebied de omgekeerde situatie: niet in op of onder het bouwterrein in de parkeergelegenheid moet worden voorzien maar via het storten van een financiële bijdrage in bestaande of nieuw te realiseren openbare blijvende parkeervoorzieningen aan de rand van of in de binnenstad. Beleidsregel 3.2. Beleidsregel bij afwijking Van het gestelde in beleidsregel 3.1 kan worden afgeweken: a. door de nodige parkeervoorzieningen op eigen terrein aan te leggen indien aanvrager voldoende aannemelijk kan maken dat dit niet leidt tot verkeerskundig of planologische ongewenste effecten (zoals ongewenste verkeersstromen die het kleinschalig karakter te boven gaan in gedeelten van de historische binnenstad die daarop niet zijn berekend) en die voor gebruikers van de directe omgeving geen hinder met zich meebrengt, welke zij “redelijkerwijze niet behoeven te dulden”; b. als op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, wordt voorzien; c. als het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit. Zone Centrumgebied is het als zodanig op de gebiedsindelingskaart aangewezen gebied (gebied 1) van de Nota Parkeernormen 2013, zoals die geldt op het moment van de inwerkingtreding van deze beleidsregel. Denkbaar is dat het vasthouden aan de eis tot storting van een financiële bijdrage in een voorkomend geval niet houdbaar is omdat het parkeren zonder enig bezwaar op het eigen terrein kan worden opgelost, maar daarvoor is wel een afwijkingsbesluit (“ontheffing”) nodig. Aanvrager zal voldoende aannemelijk moeten maken dat het realiseren van parkeerruimte op het eigen terrein niet leidt tot verkeerskundig of planologische ongewenste effecten (bijv, ongewenste verkeersstromen in gedeelten van de historische binnenstad die daarop niet meer zijn berekend) en voor gebruikers van de directe omgeving geen hinder met zich meebrengt, welke zij “redelijkerwijze niet behoeven te dulden”. Zelfs is denkbaar dat wordt afgeweken indien elders dan op eigen bouwterrein wordt voorzien in private parkeerruimte, met dien verstande dat dit niet voor het bezoekersdeel van de parkeernorm geldt. De voorwaarden als beschreven bij beleidsregels 3.2.2 en 3.2.3 (duurzaamheid en vervallen recht op parkeervergunning) gelden bij deze afwijkingen onverkort.

Rechtspraak bij dit artikel