In de overige zones (Tweede schil, rest bebouwde kom en Buitengebied, zoals aangegeven op de gebiedsindelingskaart van de Nota Parkeernormen 2013) geldt het volgende afwijkingsbeleid: Voor de gebieden buiten de binnenstad wordt in beginsel geen ontheffing verleend ingeval de bestaande parkeerdruk ter plaatse reeds onevenredig hoog is (meer dan 85%) én tevens het verlenen van ontheffing onevenredig bezwarend voor omwonenden is.
Tenzij de gemeente aannemelijk kan maken dat het van plan is binnen acceptabele loopafstand van het project en binnen een periode van 5 jaar (aanvangende 6 weken na verzending van de omgevingsvergunning) de parkeercapaciteit in de openbare ruimte uit te breiden zal voor de gebruikmaking van de restcapaciteit geen parkeerbijdrage in rekening worden gebracht.
Dit betekent dat geen bijdrage wordt berekend in gebieden waar nauwelijks parkeerproblemen aanwezig zijn, maar dat wel een bijdrage in rekening kan worden gebracht in gebieden met verhoogde parkeerdruk en waar dus de behoefte aan meer parkeergelegenheid begint te ontstaan.
a. Beleidsregel 5.2 Afwijken Parkeereis overige zones (Tweede schil centrum, Rest bebouwde kom en Buitengebied)
Ingeval in de overige zones (Tweede schil centrum, Rest bebouwde kom en Buitengebied, zoals aangegeven op de gebiedsindelingskaart van de Nota Parkeernormen 2013) niet wordt of redelijkerwijs niet kan worden voldaan aan de eis dat op eigen terrein in de volledige parkeerbehoefte wordt voorzien dienen achtereenvolgens de volgende opties te worden onderzocht alvorens een definitief besluit over afwijking genomen wordt:
1.Fysieke aanleg van parkeergelegenheid in directe omgeving
Ter voorkoming van onnodige directe hinder dient allereerst te worden onderzocht of in de nabije omgeving op acceptabele loopafstand de fysieke mogelijkheid aanwezig is extra openbaar blijvende parkeergelegenheid aan te leggen. Die parkeergelegenheid dient planologisch en verkeerskundig aanvaardbaar te zijn en mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden. Indien die mogelijkheid aanwezig is wordt deze parkeergelegenheid door de gemeente op kosten vergunninghouder aangelegd. Indien die mogelijkheid niet aanwezig is dient optie 2 te worden onderzocht.
2.Private parkeerruimte
De mogelijkheid dient te worden onderzocht of in de nabije omgeving op acceptabele loopafstand de fysieke mogelijkheid aanwezig is extra private parkeergelegenheid (op particulier terrein) aan te leggen. Ook deze parkeergelegenheid dient planologisch en verkeerskundig aanvaardbaar te zijn en mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van omwonenden. De aanvrager moet bij de aanvraag van de omgevingsvergunning via een parkeereisovereenkomst aantonen hoe het benodigde aantal parkeerplaatsen beschikbaar komt. De voorwaarden als beschreven bij beleidsregels 3.2.2 en 3.2.3 (duurzaamheid en – voor zover van toepassing - recht op parkeervergunning) gelden bij deze afwijkingen onverkort. Indien en voor zover dat privaat parkeerterrein (bestemd voor gebruikers, zoals werknemers en bewoners, en bezoekers) ook beschikbaar wordt gesteld voor andere gebruikers dan de doelgroep kan de parkeerbalansberekening worden toegepast (meervoudig gebruik). Indien ook deze mogelijkheid niet aanwezig is dient optie 3 te worden onderzocht.
3.Aanleg in directe omgeving door gemeente met parkeerbijdrage bij “zicht op extra openbare parkeergelegenheid”
Indien van gemeentewege kan worden aangetoond dan wel aannemelijk kan worden gemaakt dat binnen een acceptabele loopafstand van het project en binnen een periode van 5 jaar (welke aanvangt 6 weken na verzending van de vergunning) zal worden aangevangen met de aanleg van extra openbare parkeergelegenheid
kan en zal in beginsel een parkeerbijdrage worden geëist.[12]
Indien de gemeente dergelijk zicht op extra openbare parkeergelegenheid in de omgeving binnen 5 jaar niet aannemelijk kan maken, is optie 4 van toepassing, tenzij op de voor de functie maatgevende momenten sprake is van een parkeerdruk in de omgeving van meer dan 85% (zie optie 5).
4. Afwijking zonder parkeerbijdrage
Als vanwege aantoonbare redenen bovenstaande parkeeroplossingen niet mogelijk of ongewenst zijn en tevens optie 3 niet wordt toegepast, mag de restcapaciteit in de openbare ruimte gebruikt worden, zonder dat hier een parkeerbijdrage tegenover staat, mits de parkeerdruk in de omgeving op de voor de functie maatgevende momenten niet hoger is dan 85%. De initiatiefnemer heeft echter de inspanningsverplichting om eerst te onderzoeken of op andere wijzen (op eigen terrein of zoals beschreven bij 1 en 2 in parkeerplaatsen kan worden voorzien
5.Afwijken bijzondere omstandigheid
Van de mogelijkheid om zonder enige parkeerverplichting medewerking te verlenen dient een spaarzaam gebruik te worden gemaakt. Zie elders in deze beleidsregel.
6.Weigeren
Indienen geen van de mogelijkheden hiervoor zich voordoet zal de vergunning bij een hoge parkeerdruk (boven de 85% uitgaande van realisering van het aangevraagde project) geweigerd dienen te worden.
Beleidsregel 2.6. is eveneens van toepassing op deze zones.
[12] De bijdrage zal op schriftelijk verzoek van vergunninghouder worden gerestitueerd indien binnen de gestelde periode geen begin met de werkzaamheden is gemaakt.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3.1
Afwijken van de parkeereis in overige zones (Tweede schil, rest bebouwde kom en Buitengebied)
Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)