Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Wanneer wordt aan de plicht voldaan

Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)

Beleidsregel 8.1 “Parkeernormen (fiets)” a. Indien de omvang of de bestemming van een gebouw, niet zijnde een woning, daartoe aanleiding geeft, moet ten behoeve van het stallen van fietsen in voldoende mate fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, dan wel in de directe omgeving. b. Aan de parkeereis voor fietsen wordt geacht te zijn voldaan indien: 1.het aantal te realiseren fietsparkeerplaatsen ten minste overeenkomt met het aantal parkeerplaatsen dat voor de betreffende functie is genoemd in de Nota Parkeernormen 2013; 2.de kwaliteit van deze fietsparkeerplaatsen minimaal gelijkwaardig is aan één van de standaardoplossingen fietsparkeren zoals genoemd in de nota ‘Nota standaardoplossingen fietsparkeren’” voor zover deze standaardoplossing van toepassing is verklaard voor de betreffende doelgroep en functie en locatie van het gebouw, en 3.de loopafstand van deze fietsparkeerplaatsen tot een voor de betreffende doelgroep doorgaans te gebruiken ingang van het gebouw maximaal even lang is als genoemd bij bovenbedoelde standaardoplossingen. Oftewel: Aan de plicht om te voorzien in voldoende fietsparkeervoorzieningen wordt geacht te zijn voldaan als: het aantal fietsparkeerplaatsen overeenkomt met de fietsparkeernorm uit de Nota Parkeernormen 2013 en tevens als sprake is van een situatie waarbij wordt voldaan aan één van de standaardoplossingen uit de “Nota standaardoplossingen fietsparkeren”, inclusief de daarin genoemde loopafstanden

Rechtspraak bij dit artikel