Wij gaan ervan uit dat in veruit het overgrote deel van de gevallen kan worden voldaan aan hetzij het de parkeereis op eigen terrein, hetzij aan de standaardoplossingen voor het fietsparkeren in de openbare ruimte. Alleen als vast staat dat:
geen voorzieningen op eigen terrein kunnen worden getroffen en
de standaardoplossingen ontoereikend zijn, waardoor bijzondere voorzieningen maatregelen moeten worden genomen,
dan kan van de parkeereis worden afgeweken.
Beleidsregel 8.2 “Afwijken parkeernormen (fiets)”
Van het gestelde in beleidsregel 8.1 kan worden afgeweken:
a. voor zover op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingruimten wordt voorzien,
b. indien het voldoen aan die bepaling door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.
In beginsel zal dan een fietsparkeerbijdrage worden gevraagd. De hoogte van de bijdrage per fietsvoorziening is geregeld in de “Nota Parkeernormen 2013”.
Beleidsregel 8.3 Parkeerbijdrage bij afwijking
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan de omgevingsvergunning de verplichting tot betaling van een parkeerbijdrage te verbinden. De hoogte van de bijdrage is vastgelegd in de Nota Parkeernormen 2013 en kan door burgemeester en wethouders al dan niet jaarlijks worden aangepast aan het Prijsindexcijfer voor de productie van gebouwen van het CBS. De hoogte van de parkeerbijdrage per parkeerplaats is door de gemeenteraad vastgesteld bij haar Nota Parkeernormen 2013 en is afhankelijk van het gebied waarin het project wordt uitgevoerd. Verwezen wordt naar de Nota Parkeernormen. Ook voor de besteding en achtergronden van de parkeerbijdrage wordt verwezen naar deze nota.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.3
Afwijking van de plicht met fietsparkeerbijdrage
Onderdeel van BELEIDSREGELS PARKEREN BESTEMMINGSPLANNEN DEVENTER (versie 2015)