Naar hoofdinhoud
Indien belanghebbende een inkomen heeft op bijstandsniveau, bedraagt de aflossingsverplichting 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag. Indien de vordering het gevolg is van het niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aande inlichtingenplicht, bedraagt de aflossingsverplichting het maximaal mogelijk te verrekenen bedrag per maand. De aflossingsverplichting voor belanghebbenden met een inkomen boven bijstandsniveau bedraagt: Indien de vordering het gevolg is van niet, niet tijdig of niet volledig voldoen aan de inlichtingenplicht: 10% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag vermeerderd met 60% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. In de overige omstandigheden: 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, vermeerderd met 50% van het verschil tussen het inkomen en de toepasselijke bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag. Een belanghebbende die een uitkering heeft ontvangen op grond van de wet , Ioaw-,Ioaz of,Bbz wordt, wat betreft de hoogte van de vast te stellen aflossingsverplichting, gedurende een periode van 12 maanden na beëindiging van de uitkering gelijkgesteld met een belanghebbende met een uitkering op grond van de Wet , Ioaw- , Ioaz of Bbz. In geval van beslaglegging door een derde, andere schuldeiser dan het college, kan de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen worden bepaald op 10% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, zijnde de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d leden 1 en 2 van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel