Het verzoek van belanghebbende tot een betalingsregeling of
betalingsvoorstel kan door het college worden afgewezen indien
belanghebbende beschikt over vermogen dat, gelet op de
omstandigheden van belanghebbende, redelijkerwijs te gelde
gemaakt kan worden.
Niet als vermogen wordt in aanmerking genomen: het aanwezige
vermogen voor zover dit minder bedraagt dan de vermogensgrens
zoals genoemd in artikel 34 lid 3 van de wet.
Artikel 13
Aflossingscapaciteit en vermogen
Onderdeel van Besluit Terugvordering , boete en verhaal Participatiewet, Ioaw, Ioaz en Bbz gemeente Smallingerland 2015